Toen in ZwolleZwollenaren

Op dit Zwolse adres zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog 14 (!) onderduikers

Door Hilke Vos
10 oktober 2017

Zwollenaar Nico Noordhof gaf tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met zijn vrouw Atie onderdak aan veertien Joodse onderduikers. En nee, niet in een enorme villa, maar in een gewoon rijtjeshuis aan de P.C. Hooftstraat (nummertje 18) in de wijk Wipstrik. 

Nico, toen werkzaam bij de Provinciale Waterstaat, schreef een verslag voor zijn broer in Amerika over de jaren waarin hij en zijn vrouw in hun huis onderdak gaven. Al voor de oorlog had Nico kennis gemaakt met Zwolse Joden en hij was niet erg optimistisch over hun lot toen de oorlog daadwerkelijk uitbrak. Toen in oktober 1941 de eerste razzia tegen de Joden gehouden werd, doken twee Joodse Zwollenaren tijdelijk bij de familie Noordhof onder. En dat werden er steeds meer: op 14 april 1945 zaten er uiteindelijk veertien onderduikers in het huis van Nico en Atie.

zwolle-onderduikers-oorlog
De ‘bewoners’ tijdens een gezamenlijk Pesach (Pasen) in het huis. Foto | Historisch Centrum Overijssel

Zo onopvallend mogelijk

Natuurlijk mocht niemand doorhebben dat er zoveel mensen in één huis woonden. Zo richtten Nico en Atie slaapkamers in en werden op zolder provisorische schuilplaatsen gemaakt die bij een oppervlakkige controle niet opvielen. ’s Avonds moesten de gordijnen dicht en er werd een belsysteem aangelegd bij de kapstok, zodat de onderduikers snel naar hun schuilplaatsen konden gaan als er gevaar dreigde. ‘Grappig’ weetje: de zus van Nico kwam een keer onverwacht langs, maar ze had – ondanks dat ze twee nachten bleef slapen – niet door dat er nog véél meer mensen in het huis verbleven.

Eten

Een van de grootste problemen: zorgen voor voldoende eten voor zeventien personen (de vader van Atie woonde ook bij hen in). Het was lastig om aan voedsel te komen, dus nam Nico een volkstuin en huurde bij een bevriende boer een stuk grond, waarop hij bijna dagelijks te vinden was om groente te verbouwen. Zo konden de onderduikers in ieder geval in leven blijven. Het werd trouwens wel ietsje beter toen Nico en Atie in contact kwamen met het georganiseerd verzet. Het echtpaar kreeg distributiebonnen, zodat ze bij de winkeliers eten en andere eerste levensbehoeften konden halen.

Toch was het geen vetpot. ‘Het jaar spoedde weer ten einde en de oudejaarsavond werd gevierd zonder oliebollen. Boter, margarine of vet kregen we al lang niet meer, zodat we het kleine stukje brood, dat meer op klei dan op brood leek, droog opaten’, zo schreef Nico op oudejaarsavond in 1944.

nico-en-atie-noordhof
Nico en Atie. Foto | Historisch Centrum Overijssel

Ondanks alles ging het ‘samenwonen’ al die jaren best goed. Volgens de onderduikers kwam dit door het sterke karakter van Atie en Nico, plus dat er veel activiteiten werden georganiseerd. Zo waren er bridge-avonden en muziekavonden of luisterde men naar de verstopte radio. Verder werden de onderduikers ingeschakeld bij het huishoudelijk werk (de mannen schilden de aardappelen, de vrouwen kookten) en bij illegaal werk voor Vrij Nederland.

Bevrijding

Op 14 april 1945 was het dan zover: Zwolle was bevrijd. De onderduikers konden eindelijk weer naar buiten, voor sommigen voor het eerst na jaren. ‘Het mooiste moment uit ons leven, nooit zullen we dat vergeten’, zo schreef Nico. Hij richtte zich in zijn verslag tevens tot zijn landgenoten die te bang waren geweest om joden te herbergen. ‘Ik wijs er met nadruk op, dat wij geen helden waren, noch zijn, maar doodgewone burgers zonder soldatenhart.’ Heel triest: Nico overleed acht jaar na de oorlog (in 1953), na een slapende ziekte. Atie overleefde hem dertig jaar. Nico en Ati Noordhof werden in 1999 postuum door Yad Vashem onderscheiden als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.

Bron: Historisch Centrum Overijssel/Jaap Hagedoorn

Foutje gezien?

Lees mee en reageer!

Reactie