Directeur Toine Tax over 50 jaar Doornroosje, stiekeme signeersessies en van underground naar Marco Borsato

Door Sophie van den Boogaard 14 december 2018

[ LONGREAD ] Op 6 december 1968 werd Stichting Doornroosje in het leven geroepen. Nu viert ze dus al haar vijftigste (!) verjaardag. Reden genoeg om in gesprek te gaan met Toine Tax, directeur van deze iconische Nijmeegse poptempel. “Doornroosje was door haar uiterlijk lange tijd gedoemd tot de underground.”

Directeur Wiskunde en Informatica

Toine Tax is sinds 2001 directeur van Doornroosje. Voor die functie is hij gevraagd. “Ik ben eigenlijk Neurofysioloog. Tijdens mijn werk op de universiteit merkte ik dat wetenschappers heel solitair werken, er heerst echt een monocultuur. Toen ik gepromoveerd was en klaagde over die cultuur, werd mij gevraagd om er dan maar iets aan te doen. Zo werd ik directeur van het onderzoeksinstituut voor Wiskunde en Informatica. Mijn functie was eigenlijk om wetenschappers met elkaar samen te laten werken. Na een tijd merkte ik dat ik het managen, bruggen slaan, eigenlijk veel leuker vond dan het onderzoek. Op de universiteit gebeurt er van alles in je hoofd, maar niks in je buik. Ik wilde me verder ontwikkelen in het managen.”

Doornroosje
De allereerste locatie van Doornroosje, aan de Jacobslaan. Deze foto is gemaakt in de zomer van 1969.

Groei zonder beleid

Toevallig had Doornroosje op dat moment haar schaapjes niet helemaal op het droge. Na tientallen jaren van anarchistische bedrijfsvoering was er eigenlijk amper sprake van professioneel management. Toch groeide het poppodium steeds verder door, zonder dat de organisatie daarop werd aangepast. Daardoor werd de sfeer steeds grilliger. “Eind jaren ’90 is Doornroosje geïmplodeerd. Er kwamen steeds meer mensen naar concerten, maar er was geen passende beleidsvoering. Iedereen had verstand van muziek, maar niet van management. Het toenmalig bestuur ging op zoek naar een oplossing. Een oud-bestuurslid wist dat er bij de opleiding Wiskunde en Informatica tot voor kort veel onrust was geweest, tot ze daar een heel jong iemand, ik dus, directeur hadden gemaakt. Ik was op dat moment op zoek naar iets anders, en zo ben ik bij Doornroosje terecht gekomen.”

Oude foto van bezoekers van Doornroosje.

Iets terug doen voor Nijmegenaren

Toine belande niet in een warm bad toen hij in 2001 directeur van Doornroosje werd. “Niemand was gewend aan een échte manager. Als er een band speelde en de geluidsman vond die in z’n eigen bewoording ‘ruk’, dan deed hij ook zijn best niet voor het geluid. Zo ging het gewoon, er werd niet ingegrepen. ‘Management’ was een vies woord, dus ik moest mensen er echt van zien te overtuigen dat het nodig was. Ik wilde er als directeur voor zorgen dat iedereen plezier had in z’n werk, zonder daarbij het collectief belang uit het oog te verliezen. We kregen op dat moment zó veel subsidie, dat ik vond dat we niet alleen voor onszelf konden programmeren. We moesten wat terug doen voor een grotere groep Nijmegenaren en voor onze bezoekers die gewoon geld hadden betaald voor een kaartje. Dus ongeacht of de band die er speelde wel of niet paste bij jouw smaak, je moest gewoon je best doen voor Doornroosje. Respectvol omgaan met elkaar en met de zaak, dat was mijn focus.”

Vergadering in Doornroosje.

LUX had Doornroosje moeten zijn

Eigenlijk had Doornroosje op de plek moeten zitten waar je nu filmhuis en café LUX vindt, in Mariënburg. “Het ging toen alleen te slecht met Doornroosje, de gemeente durfde de verhuizing naar zo’n grote, prominente plek niet aan. Nu lijkt het net alsof het slecht ging met Doornroosje tot dat ik kwam, maar dat is ook niet waar. Tot 1997 hebben we prima gefunctioneerd, daarna werden er teveel gesubsidieerde krachten aangenomen en ging het even mis. Dat was dus maar voor een korte periode, daarna keerde de positiviteit over Doornroosje ook weer terug bij de gemeente.”

Een concert in het vroegere Doornroosje.

Gedoemd tot de underground

Wie een oudere, linkse Nijmegenaar spreekt hoort vaak dat je in Doornroosje ook een coffeeshop vond. Toine vertelt dat die verhalen wel wat uit z’n verband gerukt zijn, maar dat Doornroosje heel lang last heeft gehouden van dat imago. “Er was hier tot 1993 inderdaad een coffeeshop. Daar kwamen vooral veel Duitsers op af. Die coffeeshop was toen wij gingen verhuizen in 2014 dus al 20 jaar weg, maar toch bleef dat imago aan ons kleven. Net als de graffiti op de muren, die zorgde er voor dat vooral krakers en hiphoppers zich hier thuis voelden. We waren dus eigenlijk gedoemd tot de underground, terwijl we er juist voor veel meer mensen wilden zijn. Liefhebbers van wereldmuziek durfden hier soms niet eens over de drempel, door de vertekende uitstraling die het oude gebouw had. Dat was echt niet de bedoeling, maar we kwamen er maar niet van af.”

Oude foto van het pand waar Doornroosje tot 2014 in gevestigd was.

Van 60.000 naar 150.000 bezoekers

Toine ziet Doornroosje als een goedlopend bedrijf met verschillende takken. Hij vergelijkt het met een soort Unilever. “We hebben punkconcerten, rock, dance avonden… de bezoekers van Planet Rose zie je niet snel bij Fortarock. We voorzien dus in kwaliteitsconcerten voor veel verschillende groepen. Het nieuwe gebouw straalt dat veel meer uit, het is veel neutraler. De Paarse Zaal in het nieuwe gebouw is een replica van de zaal van het oude Doornroosje. In de Rode Zaal passen veel meer mensen. Door de nieuwbouw zijn we gegroeid van 60.000 bezoekers per jaar naar 150.000 bezoekers. Er komen nu ook andere mensen, we boeken ook anders. Zo hadden we laatst nog een concert van Marco Borsato in Doornroosje. Dat was in het oude pand onmogelijk geweest. Alleen voor de underground dance merken we dat de entourage iets minder is in het nieuwe gebouw dan in het oude pand.”

Foto van de grote zaal in het nieuwe Doornroosje vlakbij het station.

De gastenlijst van Kyteman

Eén van de beste optredens die Toine in Doornroosje heeft gezien was die van Kyteman. “We hadden Kyteman ver van te voren geboekt. Tussen dat moment en het moment van spelen braken ze opeens door. Omdat we ze nog betaald hadden naar ratio toen ze nog relatief onbekend waren, wilden ze meer gastenlijstplekken om te compenseren. Maar het concert was al helemaal uitverkocht! Ondertussen kwamen er dus nog veel extra mensen backstage binnen, waardoor het veel te druk werd in de zaal. Deze situatie was absoluut niet (brand)veilig, maar de sfeer was geweldig. Iedereen bewoog, er gebeurde echt iets. Dat zal ik nooit vergeten.”

Doornroosje
Kyteman met zijn Orchestra op het podium. Foto ter illustratie, ANP.

God bestaat

Een andere band waarbij iets bijzonder gebeurde was Woven Hand. “De zanger van Woven Hand is erg gelovig. Ze speelden in Doornroosje op een avond dat de elektriciteit uit viel. We wachtten met de deur open zodat het nog een beetje licht zou zijn, maar de avond viel en er was nog steeds geen stroom. We gingen thuis waxine lichtjes halen  en die hebben we met zijn allen aangestoken. De band speelde toen toch drie nummers, akoestisch. Dit gaf natuurlijk een heel bijzondere sfeer. En bij het laatste lied, je gelooft het niet, springt ook nog opeens het licht aan! Ga die man maar eens uitleggen dat God niet bestaat, haha!”

Doornroosje
Een optreden van Woven Hand. Foto ter illustratie, ANP.

Linton Kwesi Johnson

Zelf is Toine een echte reggae fan. “Ik zag hier ooit Prince Far I en ook The Congos, beide geweldige bands. Het concert wat ik echt nooit meer zal vergeten is dat van Linton Kwesi Johnson. Dat is een Jamaicaan uit Londen, een soort poëet op muziek, ik luister al naar zijn muziek sinds ik jong ben. Het was mijn ultieme droom om hem nog een keer te zien spelen, hij trad eigenlijk niet meer op. We hebben toen in samenwerking met de Wintertuin een symposium geregeld bij de universiteit zodat hij zijn teksten uit kon leggen, met als voorwaarde dat hij ook zou komen spelen. Uiteindelijk lukte het zo om hem hier heen te krijgen.”

Angst voor racisme

Toch ontstonden er problemen. “Door het wantrouwen wat hij had in blanke mensen wilde hij zijn paspoort niet afgeven. Als hij anoniem zou blijven zou het ons veel meer geld kosten aan belasting, dus het was echt belangrijk dat we een kopie konden maken. Ik kom eigenlijk nooit backstage, het boeit geen muzikant wie ik ben, maar nu werd mijn hulp toch ingeschakeld. Als een klein jongetje ontmoette ik mijn idool. En ik moest er dus voor zorgen dat hij zijn paspoort af zou geven.”

Vertrouwen gewonnen

Gelukkig was Toine net terug van een reis naar Londen waarbij hij de geschiedenis van Linton Kwesi Johnson was nagelopen. “Ik had daar het graf van zijn neef bezocht. Die was voor de trein geduwd op een vol perron, en niemand wilde getuigen. De Londense politie stond in de jaren tachtig bekend als institutioneel racistisch, dus het was ook niet zo gek dat Linton Kwesi Johnson witte mensen nogal wantrouwde. Ik vertelde dat ik het graf bezocht had. Hij vroeg mij hoe ik dan was gelopen, om te verifiëren dat ik daar echt was geweest. Ik vertelde hem dat zijn muziek ook voor mij en mijn vrienden, blanke, Nederlandse jongens, veel betekent. Uiteindelijk won ik z’n vertrouwen en wilde hij zijn paspoort afgeven.”

Stiekeme signeersessie

Linton Kwesi Johnson vertrouwde het toch niet helemaal. “De volgende ochtend stond hij bij Doornroosje voor de deur. Ik was er zelf niet, maar mijn secretaresse deed open en liet hem de poster zien die boven mijn bureau hing, met zijn naam erop. Dit was natuurlijk bewijs dat ik een échte fan was. Hij haalde de poster uit de lijst en signeerde die. Daarna is hij weer vertrokken. Iedereen hield zijn mond erover, en ik ontdekte het een hele tijd lang niet, haha! Pas later kwam ik er opeens achter wat er was gebeurd.”

‘Waar is het?’

Toine ziet de toekomst van Doornroosje rooskleurig in. “Ik wil me vooral richten op publieksontwikkeling. Dat doen we door mensen meer gewend te laten raken aan het bezoeken van pop-evenementen. Dit jaar was de eerste editie van ‘Het Nest’. Daarmee bereiken we een heleboel mensen. We hebben hier Doornroosje, de Vasim, Merleyn, de Vereeniging en allerlei andere podia. Ik wil eigenlijk dat Nijmegenaren niet denken ‘is er iets te doen vanavond’ maar alleen nog maar ‘waar is het’?”

Poppodium Doornroosje cafés

Nu openHele dag

Stationsplein 11, Nijmegen

Bekijk meer:cafés

Lees ook:

Doornroosje Nijmegen

Yes! Doornroosje gaat twee nieuwe festivals organiseren vanwege haar 50-jarig bestaan

Hoe kan een poppodium een jubileum nou beter vieren dan met twee grote feestjes? Op 6 december wordt...

adv.