Sluismeesters Inge en Ton: ‘Ons werk bestaat uit meer dan wat knoppen indrukken’

Sluismeesters Inge en Ton bij de knoppen van de sluis
Sluismeesters Inge en Ton. Foto: Jessica Heijmans

In de zomer vaart het ene na het andere jacht door de Zuidersluis in Nieuwegein. Op het moment dat indebuurt de sluis bezoekt, waait het hard en is er geen boot te bekennen. Dat is maar goed ook. “Als je nu met je boot de sluis in vaart, is de kans op schade groot”, vertellen sluismeesters Inge Steenbergen en Ton Klarenbeek.

Vanuit hun cockpit houden ze nauwlettend in de gaten of een schip de oversteek tussen het Amsterdams Rijnkanaal en het Merwedekanaal wil maken. Wat komt er allemaal kijken bij sluismeester zijn?

Met iedere badkuip het water op

Bij Zuidersluis bestaat het langsvarende verkeer vooral uit pleziervaart. Ondanks de naam anders suggereert, bestaat varen niet alleen maar uit plezier maken. Ton: “Het gaat weleens goed fout in een sluis. In de pleziervaart zitten een hoop mensen die spontaan denken: laten we een bootje kopen. In Nederland kan dat gewoon. Tot een bepaald aantal meters, kan je zonder papieren met iedere badkuip varen.”

Gevaarlijke situaties op het water

Dat kan gevaarlijke situaties opleveren als een boot geschut wordt, oftewel: van het ene waterniveau naar het andere wordt gebracht. “Als je nivelleert – dus de waterstand gelijkmaakt – zakt de boot een meter. Onervaren mensen maken de boot vast en gaan naar binnen. En dan kan de boot zomaar aan de muur hangen”, aldus Ton. Inge maakte dat mee bij een andere sluis. ”Ik hoorde hard gegil en zag toen een speedboot met een vader en twee jonge kinderen in de lucht hangen.” Het komt ook voor dat mensen het touw niet ophangen, maar in hun hand houden en de zuiging van andere schepen onderschatten. “Vorig jaar viel er iemand overboord omdat hij het touw niet wilde loslaten.”

“Je denkt er niet over na dat er zulke dingen kunnen gebeuren als je een boot huurt: je bent hartstikke blij en zelfstandig”, meent Ton. “Maar als je dit werk doet, dan weet je dat er van alles kan gebeuren. Het is maar goed dat er sluismeesters zijn die het in de gaten houden en erop reageren.”

Tekst loopt door onder de foto

De Zuidersluis in Nieuwegein. Foto: Jessica Heijmans

Drie keer in de rondte

Deze onervarenheid levert ook grappige situaties op. “Als het mooi weer is maken we de gekste dingen mee. We zien bijvoorbeeld mensen die niet bij de oever kunnen komen en drie keer rondgaan in de sluis. Ik heb weleens bootjes achterstevoren geschut. Die mensen bleven maar rondgaan en de enige manier waarop ze bij de kant konden komen was achterstevoren.”

Het allerleukste aan dit werk? “Beroepsschippers zo snel mogelijk door de sluis heen helpen. Het is ook leuk als mensen er lekker op uit zijn en je langsloopt om hen tips te geven. Mensen worden vaak blij als je dingen uitlegt. Veel schippers zijn namelijk best onzeker. Als sluismeesters horen wij vaak direct of iemand verstand van varen heeft of niet. Het is de manier van praten, de uitstraling en de rust in de stem.” En soms ook wel vakjargon. ”Stuurboord en bakboord, als ze zo beginnen, dan weet je vaak genoeg.”

De sluismeester bepaalt

“Het is een verantwoordelijke baan en zo voelt het ook. Er zijn allemaal dingen waar je als sluismeester rekening mee kan en moet houden”, zegt Ton. Inge: Mensen denken vaak dat het een beetje knoppen indrukken is. Natuurlijk is dat ook deel van je werk, maar je doet veel meer. Als er een schip bij ons komt, willen we weten wat voor lading hij heeft en hoeveel. Een schip met gevaarlijke stoffen mag niet samen met een passagiersschip in de sluis. Want als het schip ontploft, heb je in het ergste geval heel veel doden. We vragen ook altijd naar de hoeveelheid mensen aan boord en eindbestemming, zodat we dit aan andere sluizen kunnen doorgeven. Je moet rekenen, meten en kijken.”

De sluismeesters rouleren tussen de sluizen in de omgeving. Elke sluis heeft zijn uitdagingen en z’n drukpunt. “Het schutproces duurt bij de ene sluis veel langer dan bij de ander, omdat het waterverschil groter kan zijn. Soms moet een schipper een uur wachten als hij de schutting mist. Dan kijken we wel of een schip nog mee kan. Je probeert het natuurlijk zo vlot en veilig mogelijk te doen. Een uur wachten kost een beroepsschipper geld. We geven hen daarom altijd voorrang op de recreatievaart. Hoe lullig dat misschien ook klinkt, een schipper kan hoog of laag springen, maar als wij zeggen dat een schip er niet bij kan dan gebeurt dat ook niet.”

Tekst loopt door onder de foto

Inge en Ton op de Zuidersluis. Foto: Jessica Heijmans

Sluismeester of sluiswachter?

Inmiddels hebben Inge en Ton al heel wat meegemaakt als sluismeester. Inge werkt sinds 2008 als sluismeester voor Rijkswaterstaat. Voor Ton is het zijn derde jaar dat hij wordt ingehuurd. Ze weten dan ook dat de ene dienst de andere niet is: soms bestaat het werk vooral uit wachten. “Vroeger had je sluismeesters en sluiswachters. In Nieuwegein kun je dat nog zien aan de drie huizen naast elkaar. Het huis met de punt was van de meester. De andere twee huizen waren van de wachters. Zij hadden kleinere huisjes en verdienden minder”, vertelt Ton. “Dat is de officiële versie”, vult Inge aan. “Ik maak er tegenwoordig altijd van: als er geen vaart komt, dan ben ik de sluiswachter. Als ik vaart heb, ben ik de sluismeester.”

Lees ook:

Meer in deze categorie

Nieuwegeiner van de Week

Ga naar “Jolijn is operatieassistent in het St. Antonius Ziekenhuis: ‘Mijn langste operatie was ongeveer 7 uur’”

Jolijn is operatieassistent in het St. Antonius Ziekenhuis: ‘Mijn langste operatie was ongeveer 7 uur’

Ga naar “Van drugsverslaafde naar heilsoldaat in opleiding: ‘Ik had nog nooit een kerk van binnen gezien’”

Van drugsverslaafde naar heilsoldaat in opleiding: ‘Ik had nog nooit een kerk van binnen gezien’

Hans Stelte voor het Leger de Heils
Ga naar “Robert is vrijwilliger op de wijkbus Vreeswijk: ‘Mensen zijn heel blij dat de bus weer rijdt’”

Robert is vrijwilliger op de wijkbus Vreeswijk: ‘Mensen zijn heel blij dat de bus weer rijdt’

Robert achter het stuur van de wijkbus

In onze gids