Gouda

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Historische gebouwen: dit is het verhaal achter dit huis aan de Hoge Gouwe

Door Hanneleen van der Ree Doolaard 25 oktober 2020

Aan de Hoge Gouwe staat een huis dat opvallend veel kenmerken heeft van een kerk. Er staat een kruis bovenop, de deur is breed en boven de deur zit een prachtig glas-in-loodraam. Veel Gouwenaars kennen het pand als de vroegere Mariakleuterschool, maar de verdere geschiedenis is voor velen onbekend. Wat is het verhaal achter Hoge Gouwe 31?

In 1848 wordt de vrijheid van godsdienst vastgelegd in de Grondwet en daarmee hebben de katholieken de ruimte het land weer in te richten naar hun wensen. Zeker in Gouda, waar voor een Hollandse stad altijd relatief veel katholieken hebben gewoond, is dat te merken. Zo wordt de Onze Lieve Vrouw ten Hemelvaartkerk gebouwd, komt er een eigen begraafplaats en worden nieuwe scholen opgericht. Weeskinderen wonen in die tijd in het ‘Vereenigd Wees- en Almoezeniershuis’ aan de Spieringstraat. Hoewel dat gemixt wonen niet helemaal lekker ligt bij zowel de katholieken als de hervormden, komt het initiatief tot gescheiden voorzieningen pas in 1890.

Albada Jelgersma versus deken Malingré

In dat jaar wordt door de gemotiveerde Albada Jelgersma het punt voor een rooms-katholiek weeshuis op de agenda gezet. Hij is een pastoor die zich hard inzet voor de belangen van de katholieken. Overleden rooms-katholieke wezen uit het algemene weeshuis mogen niet begraven worden op het enige rooms-katholieke kerkhof en daarom wil Albada Jelgersma dit op de agenda hebben.

Dat klinkt als een logische reden, maar niet iedereen stemt daar zomaar mee in. Vooral deken Malingré zit hem als voorzitter van het bestuur van de Onze Lieve Vrouwe ten Hemelvaartkerk dwars. “Malingré ziet het probleem niet, want in het algemeen weeshuis gaat het goed en begraven op de begraafplaats is in zijn ogen geen probleem,” vertelt Gert Jan Jansen van de Historische Vereniging Die Goude. “Het gaat vooral om een persoonlijk conflict en een kwestie van macht.” Het duurt uiteindelijk vier jaar voor pastoor Jelgersma het ja-woord krijgt voor het weeshuis.

(Tekst gaat verder onder de foto).

Plattegrond weeshuis I | Foto: SAMH

De organisatie

Architect C.P.W. Dessing ontwerpt het weeshuis dat ‘Sint Joseph’ zou gaan heten. Voor de bouw van het weeshuis wordt het Vlaamsch Linnenhuis aan de Hoge Gouwe afgebroken. Na de opening van het pand duurt het nog ruim een jaar voor het gebouw in gebruik wordt genomen als weeshuis. Voor de verzorging van de wezen wordt een afspraak gemaakt met de Duitse zusters van Salzkotten. Nu vraag je je misschien af waarom ze uit Duitsland moesten komen. “Heel simpel, geld. Ze waren simpelweg goedkoper en werden gelokt met de belofte dat het werk meer zou inhouden dan de zorg voor de wezen,” aldus Gert Jan. “Ook ziekenverzorging, de verzorging voor ouderen en andere ‘liefdewerken’ zouden onderdeel zijn van hun werk.” Op 15 januari 1895 komen moeder Benedicta en drie zusters aan in Gouda.

Het leven als wees

In de periode van 1894 tot 1929 wonen in totaal 69 weeskinderen in het huis. Maar hoe zag het leven in het weeshuis er uit? “Het leven van een wees was zeker niet vergelijkbaar met het leven in een normaal gezin. Het ging er strikt aan toe in zo’n weeshuis. Het was geen lolletje en die Duitse nonnen waren ook geen engelen,” vertelt Gert Jan. Dat blijkt ook uit een uitspraak die één van de wezen maakte. Hij noemde de nonnen ‘Zusters van liefde, maar krengen van barmhartigheid’.

Voor de weeskinderen worden baantjes gezocht zodat ze spaargeld kunnen opbouwen voor wanneer ze het weeshuis verlaten. Voor jongens is de keuze redelijk. Zij worden tuindersknecht, schildersknecht, meubelmakersknecht, barbiersleerling, schoenmakersleerling of bijvoorbeeld bakkersknecht. Bij de meisjes is die keuze net wat schaarser. Zij werden meestal dienstmeisje en daarmee was de keus vaak al gemaakt. Naast het spaarsysteem wordt ook goed gedrag beloond met een bijzonder uitje: een bedevaartreis naar het Duitse Kevelaar. Dat is nogal wat, want in die tijd komen de kinderen eigenlijk nooit buiten de stad. Wanneer de wezen 21 worden, moeten ze het huis verlaten. Maar niet met lege handen. De uitzet bestaat voor de meisjes uit zes stuks ondergoed, drie japonnen, twee paar schoenen, twintig harde guldens en het opgebouwde spaargeld. Niet veel anders dan tegenwoordig, dus.

Foto: Hanneleen van der Ree Doolaard

Het einde van het weeshuis

In 1903 wilt de kloosterorde in Salzkotten dat de zusters teruggetrokken worden. Hun werk bestaat vrijwel alleen maar uit de zorg voor de weeskinderen en dat is anders dan beloofd. Het bestuur voorkomt het vertrek door te beloven dat er meer werk in de ziekenverpleging komt. En dat werk komt er, want tijdens de Eerste Wereldoorlog neemt het aantal wezen flink toe en ook in de ziekenzorg zijn extra handen nodig.

In 1924 besluit het bestuur tot de bouw van een nieuw complex met verblijf voor dames en heren, een bejaardentehuis, een weeshuis en een ziekenhuis. In 1928 wordt de eerste steen gelegd voor het Sint Jozef Paviljoen aan de Graaf Florisweg. Hetzelfde jaar nog vertrekken de zusters van Salzkotten en eind september verhuizen de weeskinderen met de nieuwe zusters naar het nieuwe complex. Daarmee stopt het bestaan van het weeshuis op Hoge Gouwe 31, maar het gebouw staat er nog, dus wat is er intussen met het pand gebeurd?

Functies na het weeshuis

Er komt een rooms-katholieke bewaarschool in het pand die later de naam ‘Mariakleuterschool’ krijgt. Doordat het leerlingenaantal in 1970 zo laag is, trekt de laatste klas in bij de Aloysiusschool. Vervolgens maken allerlei instellingen gebruik van het gebouw. Zo is er een naaischool, een christelijke school voor speciaal onderwijs en ook het Driestar College maakt er een tijd gebruik van. In 1977 wordt het verkocht aan het Intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Midden-Holland, dat later ook het naastgelegen pand op nummer 33 koopt.

En nu dan?

Wanneer de kantoren samen met de GGD Midden-Holland in 1995 verhuizen naar de Thorbeckelaan, worden Hoge Gouwe 31 en 33 samen verkocht aan Kik van Vliet. Hij laat het verbouwen en splitst het pand in zes woondelen, waarvan er vier op de Peperstraat hun adres krijgen. Sinds 1997 zijn Hoge Gouwe 31 en Peperstraat 16E als gemeentelijk monument aangewezen. Helaas is er aan de binnenkant weinig meer te zien van de rijke geschiedenis. Wil je toch eens kijken hoe één van de woningen er dit jaar nog uitzag, kijk dan hier.

(Bron: Gert Jan Jansen van Historische Vereniging Die Goude | diegoude.nl).


Lees ook...

Zoek de verschillen: weet jij welke straat dit is?

De Goudse binnenstad ziet er weleens uit alsof er nooit iets verandert. De tijd staat er als het war...

Leuk om te zien: zo zagen Goudse interieurs er jaren geleden uit

De hipste interieuraccounts op Instagram of een prachtige binnenkijker: in Gouda houden we wel van m...

Historische gebouwen: dit is het verhaal achter het Tolhuis in Gouda

In Gouda heeft elke hoek en steen een verhaal, of dit nu gaat om de historische binnenstad of de wij...

Meer over

Toen in Gouda

adv.