Eindhoven Lichtstad vanwege de lampjes? Echt niet #throwbackthursday

Door Simone Timmermans 7 december 2017

Parijs, Eindhoven en Curepipe –de tweede stad van Mauritius– hebben meer met elkaar gemeen dan je denkt. Deze drie steden worden ook wel Lichtstad genoemd. Maar alleen in Mauritius heeft de oorsprong van deze naam te maken met elektriciteit. Parijs dankt de bijnaam Lichtstad aan de belangrijke rol van de stad in de Verlichting, een belangrijke cultureel-filosofische en intellectuele stroming ruim tweehonderd jaar geleden. En Eindhoven dan?

Eindhoven heeft de bijnaam Lichtstad te danken aan het licht. Maar niet aan Philips dat in 1891 in Eindhoven begint, zoals veel Eindhovenaren en niet-Eindhovenaren nog steeds denken.

Luciferstad

Ruim eenentwintig jaar voordat Gerard Philips met zijn vader Frederik Philips de firma Philips & Co opricht, openen Christiaan Mennen en zijn zwager Everardus Keunen in de Kattestraat (nu Bergstraat) een luciferfabriek. Eindhoven wordt al snel dé luciferstad van Nederland.

De fabriek aan de (nu) Bergstraat van Mennen en Keunen. Foto: Stichting Eindhoven in Beeld

Niet altijd even goede omstandigheden

Aan het einde van de negentiende eeuw zijn de omstandigheden voor de luciferindustrie goed. In de omgeving van de fabriek zijn veel Canadese populieren, de belangrijkste grondstof voor lucifers, te vinden. Ze groeien vanwege de klompenindustrie al aan de noordkant van de stad en worden later ook speciaal populieren aangeplant voor de luciferindustrie. Uit een populier kunnen maar liefst 40.000 doosjes met 50 lucifers gemaakt worden!

Veel ongeschoolde arbeiders vinden werk in de luciferindustrie. Niet altijd zonder risico. Zo wordt in de luciferindustrie lange tijd met het dodelijke witte fosfor gewerkt. Ook in niet-dodelijke hoeveelheden kan het schadelijk zijn en kan het fosfornecrose veroorzaken; een afschuwelijke ziekte die leidt tot abcessen, uitvallende tanden en verwoesting van het kaakbot. De arbeidsinspectie in Breda signaleert rond 1900 enkele ernstige gevallen van de ziekte. In Eindhoven wordt al vanaf het begin geen witte fosfor gebruikt. Toch zijn ook daar de arbeidsomstandigheden erbarmelijk te noemen.

Lucifers voor de hele wereld

In 1880 wordt Vissers & Langemeijer de tweede luciferfabriek van Eindhoven. Vier jaar later neemt Mennen & Keunen, waar inmiddels 400 mensen werken, deze fabriek over. De activiteiten concentreren zich in Eindhoven aan de Vestdijk. De zaken verlopen goed en al in 1885 heeft Mennen & Keunen 900 mensen in dienst, vaak in de vorm van huisarbeid. De luciferfabriek is op dat moment de grootste werkgever van de stad en produceert voor de hele wereld.

“Opdat de langstaartige Chinees, de bruine Maleier of de kroesharige Neger de Eindhovensche lucifers ontvangen”, dat was één van de motto’s van de fabriek.

Een paar jaar later gaat het bedrijf noodgedwongen samen met een aantal noodlijdende fabrieken. Doordat de productie van alle fabrieken in Nederland bijna volledig was bestemd voor het thuisgebruik is overcapaciteit ontstaan. Van de vier fabrieken die zich verenigen in de Vereenigde Nederlandsche Lucifersfabrieken, is alleen die in Eindhoven in 1892 nog actief.

Verhuizingen

In 1907 wordt het centrum van Eindhoven verlaten en verhuist het bedrijf naar Woensel, naar de Lijmbeekstraat. Zestig jaar later verhuist het bedrijf een laatste keer, dit keer naar industrieterrein De Hurk.

Op De Hurk. Foto: Stichting Eindhoven in Beeld

De jaren zestig en zeventig zijn een lastige tijd voor de luciferindustrie. De vraag naar lucifers wordt namelijk steeds kleiner, het gebruik van gasaanstekers werd steeds normaler. Even wordt geprobeerd te zoeken naar alternatieven, zoals productie van ijsstokjes of houten speelgoed. Het mag niet baten, de fabriek in Eindhoven blijkt eenvoudig te verkopen en wordt gesloten op 31 december 1979. Sindsdien is er in heel Nederland geen lucifersfabriek meer.

Er is nog een mooie video over de luciferfabricage in Eindhoven, van het Polygoonjournaal uit 1970:

Foutje gezien?

Lees mee en reageer! (5 reacties)

Reactie