Ede

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Tiësto (15) heeft thuis een privémuseum vol spullen uit de oorlog

Door Hanneke van Olst 28 juli 2020

De Edese Tiësto van Hulst is nog maar vijftien jaar, maar hij heeft een collectie spullen uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog waar menig verzamelaar jaloers op zal zijn.

Spullen uit de Eerste Wereldoorlog en uit de Tweede Wereldoorlog, daar gaat zijn hart sneller van kloppen. Denk aan uniformen, helmen, bajonetten en een (onklaar gemaakt) geweer. Hij koopt nu sinds twee jaar oude oorlogsspullen op en dat is, naar eigen zeggen, een beetje uit de hand gelopen. In het huis van zijn ouders, waar hij woont, heeft hij er een speciaal kamertje voor ingericht.

“Het begon met een Nederlandse diensthelm uit 1980. Die vond ik toen heel bijzonder, maar eigenlijk is die helm niet zo waardevol. Mijn eerste bajonet kocht ik op de Airborne luchtlandingen in Ede. Mijn ouders vonden dat eerst niet zo’n goed idee, maar ik heb er nu een stuk of 5, en een onklaar gemaakt Portugees geweer uit 1903.”

Vitrines vol bij Tiësto thuis. Foto: indebuurt Ede
Spullen uit het minimuseum van Tiësto. Foto: indebuurt Ede
Spullen en boeken uit/over de oorlog. Foto: indebuurt Ede
Tijdens een bezoek aan Normandië nam Tiësto zand mee van de verschillende stranden. Foto: indebuurt Ede

Overgrootopa bij de KNIL

Tiësto spaart ook spullen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). “Mijn overgrootopa, Albert Gerard van Hulst, was sergeant majoor bij het KNIL”, vertelt hij. Als Tiësto vertelt over zijn overgrootopa, beginnen zijn ogen te stralen. “Eén vitrinekastje ligt vol spullen van hem. Zijn soldatenboekjes, oude foto’s, medailles. Mijn opa vertelde altijd verhalen over hem en gaf mij boeken. Daar is mijn interesse in oorlogsverhalen wel ontstaan. In groep 5 wist ik er meer over de Eerste en Tweede Wereldoorlog dan de juf.”

Oorlogsspullen overgrootopa Tiësto
Oude soldatenboekjes, medailles en meer van de overgrootopa van Tiësto. Foto: indebuurt Ede

Tiësto’s overgrootopa overleefde de Tweede Wereldoorlog en de Onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië. Hij verhuist in 1950 naar Nederland met zijn vrouw en kinderen. In 1955 wordt Tiësto’s opa geboren. Tiësto heeft zijn overgrootopa helaas nooit gekend, want hij overleed in 1983.

Briefje gevonden in borstzak

Aan de aankopen van Tiësto kleven soms bijzondere verhalen. “In mijn eerste uniform vond ik in de borstzak een briefje met een achternaam erop. Mijn opa kon het handschrift lezen. Aan de hand van die achternaam heb ik achterhaald van wie het uniform was, ik heb zelfs een foto gevonden. Die man heeft in verschillende kampen gezeten.”

Van één uniform achterhaalde Tiësto de oorspronkelijke eigenaar. Foto: indebuurt Ede

Re-enactor

In zijn vrije tijd is Tiësto geregeld buiten te vinden. Een beetje modder en zand schrikt hem niet af, want hij is re-enactor. Dat betekent dat hij historische gebeurtenissen naspeelt of uitbeeldt in historisch kostuum. “Ik trok de gekochte uniformen aan, maakte er een foto van en dacht: dit is eigenlijk best leuk.”

Op dagen als de Airborne luchtlandingen trekt hij een oud militair uniform aan. De kunst bij re-enactment is het nabootsen van echte oorlogssituaties. “Ik zit niet bij een re-anactmentgroep, maar ga altijd als bezoeker en sluit me dan aan.”

Figurant in film

Zijn kennis over de oorlog brengt hem nog eens ergens: een tijdje geleden was Tiësto figurant bij opnames voor de film De Slag om de Schelde (première gepland voor november 2020). Samen met zijn vader. “Ik speel een Canadees en Duitser, ook al lijk ik helemaal niet Duits.” Zijn vader vult aan: “Tiësto zat al bij de selectie. Het waren twee opnamedagen, in Zeeland. Omdat ik anders toch de hele dag op hem moest wachten, besloot ik om ook mee te doen als figurant. Het was leuk om te doen als vader en zoon.”

‘Voor officiersuniformen moet je een nier verkopen’

Oude uniformen en andere oorlogsspullen kunnen aardig prijzig zijn. “Hoewel uniformen van Duitsers uit de Tweede Wereldoorlog veel minder oud zijn dan uniformen van Amerikaanse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, zijn ze veel duurder. Je betaalt er zo duizend euro voor. Voor officiersuniformen moet je helemaal een nier verkopen”, grapt hij.

Verschillende uniformen. Foto: indebuurt Ede
Een aantal van Tiësto's uniformen. Foto: indebuurt Ede

Tiësto bekostigt zijn dure hobby met het opkopen van andere oorlogsspullen en deze weer te verkopen. Op zijn eigen wensenlijstje staat nog een wachtmeester uniform. Ook wil hij graag replica’s kopen van zijn Amerikaanse uniform, omdat het echte uniform te kostbaar is om mee over de grond te rollen. Het oude uniform van zijn overgrootopa is helaas verloren gegaan. “Mijn opa kreeg opdracht dat overboord te gooien. In Nederland zou hij toch een nieuw uniform krijgen.”

Eigen museum

Van zijn privémuseum hoopt Tiësto op een dag een echt museum te maken. “Mijn ouders willen verhuizen naar een boerderij. Dan wil ik een minimuseum maken.”

Volg Tiësto op Instagram

adv.