Jannie 50 jaar na Sterrenburgs spoorwegdrama: ‘Ik zei: hoeveel kinderen moeten nog sterven voor er iets gebeurt’

Door Karlijn Goorts 5 december 2017

‘Verslagenheid in Sterrenburg’, kopte De Dordtenaar vijftig jaar geleden op 16 december 1967. ‘Dit keer achtjarig meisje door trein gegrepen’. Het grote krantenartikel komt elf dagen nadat er een 9-jarig jongetje is overleden op diezelfde onbeveiligde spoorovergang in de Oudendijk in Sterrenburg. Een dubbel drama dat de wijk nog jaren in zijn greep houdt. In het bijzonder Jannie en Leen Bozuwa die na het tweede dodelijke ongeval in actie komen. Jannie: “Ik vroeg aan de commissaris van de politie: ‘Hoeveel kinderen moeten er nog sterven voordat er iets gebeurt?’ Hij zei: ‘Ik weet het niet.’ Ik zei: ‘Ik weet het wel. Geen één.'”

Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat de 9-jarige Harrie overleed. Jannie weet nog precies hoe het ging. “Hij was zijn schriftje vergeten op school en hij ging terug naar huis om het te halen. En toen is het gebeurd.” Om de nieuwe wijk Sterrenburg in te komen en uit te gaan moest je in die tijd het spoor over en die overgang had geen spoorbomen. Je werd alleen gewaarschuwd door lichten en geluid. Jannie: “Hij moet in gedachten verzonken zijn geweest of zoiets.” Harrie was op slag dood. “Het was zo aangrijpend”, vertelt Leen. “Maar dan denk je nog: het is een incident.”

Ze merkte de rinkelende bellen niet op

Amper tien dagen later wordt de wijk opgeschrikt door nog een ongeval bij dezelfde spoorwegovergang. Dit keer gaat het om de 8-jarige Irma. Ze fietste en merkte de rinkelende bellen en de knipperende lichten niet op. ‘De machinist van de trein vermoedde een paar seconden eerder al dat het meisje het dreigende gevaar niet vermoedde. Krachtige remmen en fluitsignalen verhinderden echter niet dat de achtjarige Irma door de trein werd gegrepen. Ze werd met levensgevaarlijk hoofdletsel neergesmakt en in de zorgwekkende toestand naar het Dordtse gemeente ziekenhuis overgebracht’, is te lezen in de krant van de dag erna.

‘Nou, dat zullen we nog wel eens zien’

Toen was de maat vol voor Jannie. “Ik was zó boos, zo verschrikkelijk boos. Haar ouders woonden tegenover ons en we zagen ze constant op en neer rijden naar het ziekenhuis. Ik besloot de spoorwegovergang te gaan bewaken met andere buurtbewoners. Maar daar was de politie het niet mee eens. Ze zeiden dat we weggehaald zouden worden door de marechaussee als we dat deden. ‘Nou, dat zullen we nog wel eens zien’, antwoordde ik. Toen we de volgende dag naar het spoor liepen stond de marechaussee daar al. Nou prima, dacht ik. Dat is ook goed.”

Maar een veilige spoorwegovergang met slagbomen bleef uit. Jannie, Leen en de rest van hun actiecomité mobiliseerden de media. Ze riepen scholen op om kinderen niet meer zonder begeleiding tussendoor naar huis te laten gaan en zorgden ervoor dat er altijd bewaking was als de kinderen uit school kwamen of erheen gingen. Vrij snel daarna kwamen de slagbomen er.

Nog steeds moeilijk

De dood van de twee jonge kinderen is niet in de koude kleren gaan zitten bij de Sterrenburgers. Ook Jannie en Leen denken nog regelmatig terug aan die dramatische periode. “Ik heb het er nog steeds moeilijk mee. Telkens als ik de kerstboom optuig, moet ik aan ze denken. Dat is dit jaar vast niet anders.”

Foutje gezien?

Lees mee en reageer! (4 reacties)

Reactie