Dordtse Mysteries: waarom het Dolhuis Dolhuis heet

Door Karlijn Goorts 18 februari 2017

In de rubriek Dordtse mysteries behandelen we iedere week een apart of raar gegeven uit de stad; hoe werd Dordrecht een eiland of waarom worden Dordtenaren ook wel Schapenkoppen genoemd? Deze week: hoe het Dolhuis aan haar naam komt.

Het Dolhuis… nu een plek om uit te gaan, maar vroeger was het er veel minder gezellig. Ze hebben de naam dan ook niet gegeven omdat het er zo dolletjes was. Nee, er kleeft een jarenlange, ietwat lugubere geschiedenis aan het pand.

Ketens en krankzinnigen

Vroeger was het gebouw namelijk een huis voor ‘dollen en krankzinnigen’. Maar voordat we het daarover gaan hebben, nemen we je mee naar het jaar 1442. Toen de Dordtse Cellebroeders, die slachtoffers van de pest moesten begraven, verhuisden naar het huidige Dolhuis in de Dolhuisstraat.

dolhuis
Een cellebroeder was altijd gekleed in het zwart. Foto: uit Verhalen van Dordrecht: Het Dordtse Dolhuis

Van ziekenboeg naar gevangenis

Het klooster van de Cellebroeders had verschillende kamers waar zieken in werden verzorgd. Rond 1590 besloot het stadsbestuur dat het klooster gebruikt moest worden om ‘krankzinnigen en dollen’ – oftewel: psychiatrisch patiënten – op te nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Vanaf dat moment werd het klooster een dolhuis.

“In die tijd werd je niet  echt geholpen als krankzinnige”, vertelt Jan Willem Boezeman van Documentatie- en Kenniscentrum Augustijnenhof. “Je werd gewoon opgesloten en als je heel lastig was, werd je geketend. Nu hebben we een dwangbuis die niet zomaar gebruikt mag worden, maar daar deden ze toen niet zo moeilijk over.”

dolhuis
De ketens die gebruikt werden. Foto: uit Verhalen van Dordrecht: Het Dordtse Dolhuis

Misdadigers, bedelaars en prostituees

Nog later, in 1671, richtte de stad een deel van het Dolhuis in tot tucht- en werkhuis voor misdadigers, bedelaars en prostituees. Het Dolhuis zag er in 1700 zo uit:

dolhuis
Foto: Regionaal Archief Dordrecht

In de kleine kamertjes staat ‘hock’. Voor de mensen die denken: uhm, nee er staat ‘gock’: ze schreven de ‘h’ niet zoals we die nu schrijven. Die ‘hockjes’ waren de cellen waar krankzinnigen, misdadigers en de rest inzaten.

Vreemde stoet

Vanaf 1723 werd het beter voor de inwoners van het Dolhuis. Het pand werd verkocht en iedereen werd overgebracht naar een nieuw tehuis aan de Vriesestraat. Een stoet van krankzinnigen, misdadigers, alcoholisten, prostituees, zwervers en bedelaars trok door de stad heen. Voortaan zaten ze niet meer in het Dolhuis maar in het ‘Leproos-, arme-, gevangenen- en krankzinnighuis’. Klinkt dat niet dolletjes?

Meer over

Mysteries