Aart van der Wulp zorgt dagelijks voor de meest dramatische (nep)ongelukken

Door Karlijn Goorts 24 januari 2017

Afgehakte vingers, brandwonden, gebroken benen en hartaanvallen; het klinkt wat luguber, maar voor Aart van der Wulp zijn deze dingen de normaalste zaak van de wereld. Aart heeft namelijk de LOTUS gestudeerd, oftewel: Landelijke Opleiding Tot Uitbeelding van Slachtoffers.

Bijna dagelijks zorgt hij voor de meest dramatische (nep)ongelukken zodat mensen in opleiding kunnen leren hoe ze eerste hulp moeten verlenen. En om dat te kunnen doen moet je goed kunnen acteren, maar vooral ook: heel goed kunnen grimeren.

“Het liefst speel ik iemand met een shock”, valt Aart meteen met de deur in huis. “Dan schmink ik mijn gezicht helemaal bleek en trek ik een zwarte coltrui aan, want dan zie ik nog witter.” Hij zakt onderuit in zijn stoel, kijkt wat belabberd en begint te hijgen. “Ik voel me niet zo goed”, zegt hij volledig in zijn rol. “Het gaat niet goed met me.” Opeens kijkt hij weer normaal, gaat hij rechtop zitten en zegt: “Nou zo speel ik dat dus.”

Van elektromonteur naar geëlektrocuteerd

Een achtergrond in acteren heeft Aart niet. Sterker nog, zijn vorige baan kwam niet eens in de buurt bij wat hij nu doet. “Ik was elektromonteur. Via mijn werk kwam ik met EHBO in aanraking. We gingen onze diploma’s halen en die lessen bevielen me eigenlijk wel. Uiteindelijk ging ik meedoen aan wedstrijden.” Wedstrijden? “Ja, dan staat een jury te kijken of je het wel goed doet. Daar zijn ook Nederlandse Kampioenschappen in”, vertelt Aart enthousiast. “Iedereen om me heen ging LOTUS doen, dus ik ook. Dat was in 1998.”

De volgende afbeelding toont één van zijn creaties.

Aart van der Wulp
Aart zorgt met het grootste gemak voor een afgehakte vinger, (Foto: Karlijn Goorts)

Van bijzaak naar hoofdzaak

Wat eerst nog een bijzaak was, werd na zijn pensioen hoofdzaak. Van een paar dagen in de week ging hij naar bijna dagelijks het slachtoffer spelen. Zijn doel? “Ik probeer mensen iets te leren. Zodat als er een keertje echt iets gebeurd, ze niet zo staan.” Hij beeldt twee linkerhanden uit. “Dat ze weten wat ze moeten doen. Dat is het belangrijkste.”

Veelzijdig is zijn werk zeker. Niet alleen in soorten verwondingen, maar ook in de mensen die hij iets bij wil leren. De spoedeisende hulp in het ziekenhuis bijvoorbeeld. “Die draait gewoon, maar als er nou een ramp gebeurt, komen er ineens twintig slachtoffers. Dan moeten de mensen precies weten wat ze moeten doen. Dus dat soort oefeningen doen we ook.”

Van nep naar echt

Toch gaat zijn werk gaat niet altijd van een leien dakje. “Meestal ga ik op de grond liggen en dan moeten ze maar kijken wat ik heb. Maar ik heb één keer gehad, toen ik nog rechtop stond, dat ik alles voelde tintelen en toen ben ik maar snel even gaan liggen. We hebben ook altijd een stopwoord voor het geval dat er echt iets fout gaat. Anders krijg je mensen die zeggen: ‘God, dat speelt hij ook goed. Het lijkt net echt'”, Aart begint hard te lachen: “Dus als we ‘no play’ roepen, moeten mensen weten dat het niet goed gaat.”

Aart van der Wulp
Ook neppe brandwonden zijn geen probleem. (Foto: Karlijn Goorts)

Niet alleen bij de acteur kan iets gebeuren, maar ook bij de cursisten of kijkers. Aart heeft al een keer meegemaakt dat een cursist tijdens een reanimatiecursus in elkaar zakte. “Diegene moest in het echt gereanimeerd worden”, zegt Aart.

Van blaar tot brandwond

Door de jaren heen heeft de Dordtenaar goed geleerd wat hij leuk vindt om te spelen en wat niet. “Als de instructeur iemand nodig heeft voor een shock, word ik altijd gevraagd. Iedereen heeft zo zijn specialiteiten. Maar ik ben niet zo van de hele grote wonden. Flauwvallen, gebroken been, kleine wondjes, dat vind ik leuk. Veel acteerwerk komt daarbij kijken.”

Met liefde laat Aart wat verschillende grimeerkunsten van hem zien. Hij gaat driftig in de weer met brooddeeg en vloeibare latex. In no time ligt zijn vinger eraf, heeft hij een blaar of een flinke brandwond op zijn arm.

Foefjes

Aart heeft overal foefjes voor. Een mes in zijn borst? Geen probleem: hij doet een riem onder zijn shirt waar hij het handvat van een mes in kan draaien. Zo lijkt het alsof het lemmet erin zit. Een oog die uit zijn oogkas is geplopt? Ook daar draait Aart zijn hand niet voor om. “Daar heb ik trouwens wel hulp bij nodig. Met één oog zie je niet veel. Mijn echte oog moet goed afgeplakt worden en dan laat ik een glazen oog eruit hangen.”

Benieuwd hoe je een brandwond maakt? Check het filmpje hieronder.

Dordtenaar van de Week

Ken jij een stadsgenoot met een leuk verhaal die ook Dordtenaar van de week zou moeten worden? Laat het ons weten!

adv.