Opa Ton viert carnaval: ‘Waar is dat feestje….’

Door Ton Lieftink 11 februari 2018

Het is koud, bitter koud, diep in de winterjas gestoken loop ik naar het stadhuis. Mijn missie is de sleuteloverdracht van de stadsleutels van Burgemeester Heidema aan Stadsprins Hanze XX. Vijf dagen mag de Stadsprins regeren over het ‘Stokvissengat,’ zoals Deventer tijdens het zottenfeest heet.

In alle vroegte, de weergoden trotserende, hebben enkele leden van de Deurzakkers traditiegetrouw op alle toegangs- en uitvalswegen de plaatsnaamborden al omgedoopt. Wat de burgemeester gaat doen in deze vijf dagen? Niemand die het weet maar vanuit het verleden weet ik dat hij best nog wel eens een avondje zijn feestneus wil opzetten.

Stadsvorsten

De zaal in het stadhuis is gezellig gevuld. In het hoekje bij het podium zie ik een handjevol Stadsvorsten (Ex stadsprinsessen en prinsen). Een beetje half in feeststemming, een beetje Mien waar is mijn feestneus? Later begreep ik van de burgervader dat het voorontvangst (in het voorontvangst werden alle stadsvorsten en verengingsprinsen in een aparte zaal verwelkomt onder het genot van een bakje koffie) uit het programma is geschrapt en dat de gemeente in overleg de sleuteloverdracht wil gaan moderniseren. In welk carnavalsjasje het gegoten gaat worden is nog een verrassing.

Vijf dagen carnaval

Gesteund door het voltallige college houdt Andries Heidema zijn verhaal aan Stadsprins en carnavalsvierders. Hij benoemd zijn waardering voor de Koreaanse verbroedering en refereert hiermee aan de afgelopen periode in een wat roerige tijd in stokvissenland. Ook de Stadsprins zal hier later op terugkomen en proclameren; “Wanneer je geschoren wordt, moet je vooral stil blijven zitten”. De carnavalisten vinden het allemaal prima. Verenigingen met illustere namen als Zoadskeeters, Molenzotten, Deurzakkers, Lachende Kikkers, Molenkrakers, Deurdweilers etc. zij willen maar één ding; Vijf dagen carnaval!

Sleutels

Toch moeten zij nog even wachten. Eerst moet de burgemeester nog een beeldje ontvangen uit handen van de pas aangetreden voorzitter van het FDC Ronald Straalman voor 11 jaar trouwe dienst aan het carnaval. Ronald beloonde overigens ook de carnavalsvierders met zijn opmerking:” Het bestuur van het FDC is goed, maar jullie zijn nog beter. Want jullie maken het carnaval”. De stadssleutels zijn inmiddels via via doorgegeven aan de sleutelbewaarder van de doorluchtige Stadshoogheid.

Tonny Leerink

Dan gaat het vlug richting einde programma. Nog een optreden van een dansmarieke en er wordt afgesloten met het Deventer Lied door Tonny Leerink, die Stadsgrootvorst is. Tonny is niet meer de jongste en dat merk je ook aan zijn stem. Maar dapper weet hij met dit lied elk jaar weer het Deventer Carnaval af te trappen. Voor mij mag die stem nog meer gaan kraken en al vallen de slingers van de wand het Deventer Lied hoort bij de opening, net als Tonny!
Dan loopt het stadhuis vlug leeg. Taxibusjes komen voorrijden waaruit de geluiden van carnavalsmuziek al duidelijk hoorbaar zijn.

Ik loop langzaam de nacht in, over het mooiste plein van Nederland en zie geen enkel teken meer van de vijf dolle dagen dat ook wel Carnaval wordt genoemd en zacht, heel zacht zing ik: ”Waar is dat feestje……”.

 

Opa Ton