Hilarisch: 5x Deventer scheldwoorden

Door Susan Muskee 4 december 2017

Onze gastredacteur Susan legt wekelijks een link tussen Deventer en taal. Van muurschilderingen tot straattaal en van spreekwoorden tot échte Deventer gezegden. Deze week heeft ze 5 Deventer scheldwoorden op een rij gezet. Geen heftige hoor, beloofd. Ken jij ze allemaal? 

<< < Pagina 1 / 5 >

1. Sketterbek

Sketterbek
Bron: Giphy

Kun je gebruiken in een zin als: “Foi, wat ’n sketterbek is dat!”. Betekent: schreeuwerd, schreeuwlelijk. 

2. Dòkert

Dòkert
Bron: Giphy

Ook wel dokkurt. Kun je gebruiken in een zin als: “Wat bu’j ook ’n dòkert.” Betekent: kneus, sukkel.

3. Koez’n

Koez'n
Bron: Giphy

Kun je gebruiken in een zin als: “Ie bunt kats nie wies, koez’n!” Betekent: dom iemand, gek. 

4. Nèulert

Nèulert
Bron: Giphy

Ook wel nuilebatje. Kun je gebruiken in een zin als: “Wat lup ie noe te drammen, nèulert!” Betekent: zeurder, zeikerd.

5. Opknupp’n

Opknupp'n
Bron: Giphy

Kun je gebruiken in een zin als: “Opknupp’n, aan de hoogste boom!” Betekent: opknopen, ophangen. Mis je nog scheldwoorden die echt in dit lijstje horen? Laat het ons weten!

<< < Pagina 1 / 5 >
Foutje gezien?

Lees mee en reageer! (176 reacties)

Reactie