Bijzonder! Deventer stel helpt Omer en Yohannes uit Eritrea op weg

Door Sophie Wassink 9 april 2019

Omer (20) en Yohannes (20) zijn gevlucht uit Eritrea. Na een reis van drie maanden, onzekerheid in Ter Apel, inburgeringscursussen en veel Nederlandse les, bouwen ze nu hier in onze Hanzestad een nieuw leven op. Alleen, zonder familie maar met hulp van Pieter en Renske Hildering uit Deventer. 

Rond etenstijd schuiven Omer en Yohannes bij Pieter en Renske aan. Vanavond staat er verse tomatensoep op het menu. Terwijl Renske de soep opschept vraagt Pieter aan de jongens hoe het op school was. Gewoon in het Nederlands, want de mannen verstaan alles en kletsen vrolijk terug.

Met mes en vork

Om de week komen Omer en Yohannes bij dit gezin eten in Colmschate. Ze kennen elkaar dankzij het project Match & Connect van Stichting Present en Humanitas. Renske en Pieter hebben zich in september vorig jaar aangemeld als maatjes. “We lazen veel nieuws over vluchtelingen en we wilden graag helpen,” zegt Pieter. “We hebben het getroffen met deze jongens,” voegt Renske toe. “Echt. Wij hebben de leukste. Ze willen graag leren, nemen ons en onze cultuur serieus en hebben al flinke stappen gemaakt. De eerste keer dat ze kwamen eten moesten we ze leren om met mes en vork te eten. Bestek kenden ze niet. In Eritrea eten ze met hun handen.”

Dictatuur

De jongens komen letterlijk en figuurlijk van ver. Dat maakt integreren lastig. “De taal is heel moeilijk en de cultuur zo anders, maar Nederland is een mooi land en de vrijheid die iedereen hier heeft, die kennen wij niet,” zegt Omer. Eritrea kent een van de meest onderdrukkende regimes ter wereld. Kritiek op de regering is verboden. Heb je het toch? Dan word je gearresteerd. De dienstplicht, die meer dan tien jaar kan duren, was vooral voor de jongens een reden om te vluchten. “Zelfs meisjes worden verplicht om soldaat te worden. En voor hoelang? Dat weet je van te voren niet.”

Onderweg

Omer en Yohannes waren beide 17 jaar toen ze, zonder familie en spullen, op de vlucht gingen. “We vertrokken met ongeveer 125 anderen. Van Eritrea naar Ethiopië, door naar Sudan en Libië. Daar reden we een week lang dwars door de woestijn. Vanuit Libië stapten we op een boot die ons naar Italië bracht.” Drie maanden later kwamen ze via Duitsland aan in Nederland. “Op Amsterdam Centraal vroeg ik aan een politieagent waar ik heen moest. Hij gaf me een ticket naar Ter Apel. Vanuit Ter Apel werd ik naar een asielzoekerscentrum in Wageningen gestuurd en binnen drie maanden mocht ik naar Deventer,” vertelt Omer. De jongens werden tot hun 18e opgevangen in een woongroep in de Vijfhoek. Maar zodra je ‘volwassen’ bent moet je – vluchteling of niet – op eigen benen kunnen staan.

Omer en Yohannes
Omer en Yohannes op de boerderij van Renske’s vader.

Van voor af aan

Omer en Yohannes wonen nu samen met nog vier andere Eritreeërs in een huis in het centrum van Deventer. “Ze wonen hier in Deventer voor het eerst op zichzelf, zonder moeder in de buurt die paraat staat als het nodig is,” zegt Renske. “Moet je je voorstellen dat je als 17-jarige, zonder familie, alles alleen moet leren in een land dat je niet kent. “Wij proberen ze te helpen met de taal maar zoeken bijvoorbeeld ook uit hoe het zit met huursubsidie, de tandarts en de huisarts.” Voegt Pieter toe. “Naast de praktische zaken proberen we samen ook veel lol te maken. We hebben ze laatst meegenomen naar de boerderij van Renske’s vader. Dat vonden ze geweldig. In Eritrea woonden ze ook op het platteland.”

 

Aanpakkers

Pieter en Renske laten zien hoe belangrijk een warm welkom is. Het gaat goed met de jongens. “Ze berijpen de Nederlandse taal, gaan naar school en werken in het weekend in een fabriek in Twello. Om er op tijd te kunnen zijn vertrekken ze om 5 uur ’s ochtends op de fiets. Ik heb respect voor ze,” zegt Pieter. In september starten ze allebei met een opleiding. Omer wil automonteur worden en Yohannes timmerman. Ze maken er het beste van want terug gaan is geen optie. “We kunnen niet meer terug naar ons eigen land. Dan worden we direct opgepakt,” stelt Yohannes.  Renske: “We moeten niet vergeten dat ze hier niet zomaar zijn. Natuurlijk zijn ze het liefst in hun eigen land, dichtbij hun familie en vrienden maar het is er gewoon niet veilig genoeg.”

Wil je ook maatje worden? Stichting Present is nog hard op zoek naar vrijwilligers. Op 17 april start een nieuwe trainingsronde voor nieuwe maatjes. Meer weten? Klik hier. 

adv.