De Indische cultuur is duidelijk aanwezig in Den Haag. Dit is waarom!

Door Martine Linnemeijer - Chambone 20 januari 2018

Ooit was Nederlands-Indië een kolonie van Nederland en was Den Haag de stad van waaruit de kolonie werd bestuurd. Toen Indonesië onafhankelijk werd verklaard, vestigden veel oud-Indischgangers zich in Den Haag. Wij doken de geschiedenisboeken in om uit te zoeken hoe de band tussen de voormalige Nederlandse kolonie en onze hofstad is ontstaan.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)

Hoe zat het ook alweer? Na de eerste succesvolle handelsexpeditie naar de Indonesische eilandengroep in 1599, die werd gefinancierd door Amsterdamse kooplieden, vormden zich al snel verschillende compagnieën. Om de krachten te bundelen tegen buitenlandse concurrenten initieerde Johan van Oldenbarnevelt in 1602 de oprichting van één compagnie: de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). De VOC had het alleenrecht op de handel vanuit de Republiek in Azië en kreeg daar namens de Staten-Generaal ook bestuursmacht. Nederlands-Indië was een feit.

Vanuit Den Haag werden alle overzeese gebiedsdelen bestuurd dus ook Oost-Indië. Tevens was de hofstad ook de plaats waar grote maatschappijen die opereerden in Indië hun hoofdkantoor hadden. Tegen het einde van de negentiende eeuw had bijna iedere Hagenaar wel een familielid of kennis die als ambtenaar, militair of in dienst van een bedrijf in Indië woonde.

(Tekst loopt door onder de afbeelding…)

VOC schepen. Schilderij door Jan Voerman (1857-1941). Zeeuws maritiem muZEEum

Onafhankelijk Indonesië

In de Tweede Wereldoorlog veroverde Japan Nederlands-Indië. De Japanse bezetting (1942-1945) van Nederlands-Indië betekende het einde van een lange koloniale geschiedenis. Terwijl de Nederlanders in Japanse kampen gevangen zaten, kreeg de Indonesische nationalistische beweging de ruimte zich te ontplooien. Na de Japanse capitulatie in augustus 1945 verklaarde Indonesië zich dan ook onafhankelijk. In eerste instantie wilde Nederland haar koloniale missie voortzetten en stuurde zij een troepenmacht maar in 1949 erkende Nederland het onafhankelijke Indonesië. Zo’n tweehonderdduizend Nederlanders en Indische Nederlanders keerden voorgoed terug naar Nederland.

De Archipel

De Archipelbuurt, ook wel Indische Buurt genoemd, werd doelbewust opgetrokken voor oud-Indiëgangers, die decennia eerder massaal naar de Oost waren vertrokken en zich nu na hun pensionering in Den Haag wilden vestigen. Dicht in de buurt van het departement en andere overheidsinstellingen en daar waar hun oud-collega’s, relaties, vrienden en kennissen zaten, dat was wel zo prettig.

De aanzet tot de Indische wijk startte met het omdopen van de Laan van Schuddegeest in de Javastraat. De eerste nieuwe straten ontstonden daarna, beginnend met de Balistraat, de Sumatrastraat en de Bankastraat. In de daaropvolgende jaren volgden de Soendastraat, Borneostraat, Madoerastraat en Malakkastraat. Vaak kochten de bewoners hun nieuwe huis al vanuit Nederlands-Indië, via een advertentie in de krant. De buurt kenden ze nog niet, maar de straatnamen klonken vertrouwd.

(Tekst loopt door onder de foto…)

Foto: Funda Javastraat

De architectuur van de Archipelbuurt is sierlijk en weelderig: het vele geld dat werd verdiend in Indië werd overduidelijk besteed aan deze mooie huizen. Rond de 19e eeuw concurreerden in Den Haag verschillende buurten met elkaar om de komst van rijke Indië-gangers. Archipel, Duinoord, Statenkwartier en het Belgisch park, allemaal op zandgrond gelegen, ‘wonnen’ deze strijd van het op veen gelegen Oranjeplein en Bezuidenhout. Er werd namelijk gezegd dat wonen op zand beter was voor je gezondheid; in zulke huizen hadden bewoners minder last van ziektes als gevolg van optrekkend vocht uit de bodem.

De Indische keuken

Ook de Indische keuken is vanuit deze historie goed vertegenwoordigd in Den Haag. In de loop van de twintigste eeuw werden steeds meer eethuisjes en restaurants met een Indische keuken geopend in Nederland. Langzaam maar zeker raakte men hier ook bekend met het Indische eten. En na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949) ging helemaal het snel: overal werden Indische restaurants opgericht. Den Haag kende de meeste eetgelegenheden met een Indische kaart. Iedere Hagenaar kent Tampat Senang (1922), Garoeda (1949) en Waroeng Soeboer (1958) en er zijn er natuurlijk nog veel meer!

Foto: Restaurant Garoeda

Bronnen: Haags Historisch Museum en Indisch 3.0