‘Ze zijn gewoon aan het filmen terwijl mijn man daar dood ligt te gaan’

Door Joyce Hoogland 4 november 2018

Politieagenten maken regelmatig heftige dingen mee. Deze week stond op de facebookpagina van politiebureau Jan Hendrikstraat een emotioneel verhaal over een reanimatie op de Grote Marktstraat in Den Haag met de titel: Geen woorden voor.

Woensdag 31 oktober krijgt de politie een melding over een reanimatie op de Grote Marktstraat. ‘Hier is het’, zo schrijft de agent. ‘Ik haast mij naar binnen en zie in het restaurant de bezoekers verstijfd zitten. De gezichten zijn allemaal gericht op de persoon die op de grond ligt. Ik zie dat een dame hem reanimeert. Ze doet het goed en ik moedig haar aan om verder te gaan. Dit geeft mij de tijd om ruimte te creëren en gasten die verstijfd zijn naar buiten te begeleiden.’

‘Hij gaat toch niet dood he?’

Filmen

Terwijl de politie de reanimatie overneemt ziet de agent die het blog schrijft de vrouw van het slachtoffer zitten. ‘In haar ogen zie ik ongeloof en ze vraagt aan mij: “Hij gaat toch niet dood he?” Ik vertel haar dat we alles doen om haar man hier te houden.’

‘Terwijl ik de vrouw gerust probeer te stellen, kijken we allebei naar buiten. Tot onze schrik zien we een groep van ongeveer 20 tot 30 personen buiten. Een aantal van hen staat met een mobieltje en maakt filmopnames van onze handelingen binnen. “Dit kan toch niet waar zijn?”. Mijn gedachten worden uitgesproken door de vrouw. “Ze zijn gewoon aan het filmen terwijl mijn man daar dood ligt te gaan”. Direct ren ik naar buiten en verzoek ze op niet misverstane wijze te vertrekken bij het raam en dat ze zich moeten schamen voor hun gedrag.’

Ambulance

‘Ik hoor van collega’s dat meneer inmiddels hartslag heeft en zelfstandig ademt. Direct wordt de brancard gepakt om meneer zo snel mogelijk te vervoeren naar het ziekenhuis. Bij de ambulance gekomen, komt de man zelfs bij kennis. Zijn vrouw snelt direct naar hem toe en terwijl ze een hand op z’n hoofd legt zegt ze: “Blijf bij mij, laat me niet in de steek”. Hierna gaan ze allemaal met spoed naar het ziekenhuis. Daar is de man gedotterd en hij maakt het naar omstandigheden goed.’

Hoe zou jij het vinden?

‘Nadat we alles zorgvuldig hebben afgesloten in het restaurant, vindt er een debriefing plaats op het politiebureau.

Tijdens de debriefing bespreken we wat goed ging en wat beter kon. Ook hebben we onze ongenoegen uitgesproken over omstanders waar wij geen invloed op hebben. Dit zijn de mensen die onder toeziend oog van partner, hulpverleners en getuigen het nodige vinden om te kijken en zelfs te filmen. Wij hebben hier als politie geen woorden voor. Helaas kunnen we het gesprek met deze mensen niet voeren. Wij hadden ze graag geconfronteerd: Stel je voor dat het een dierbare van JOU is, hoe zou jij het vinden?’