Caroline klimt naar gevaarlijke hoogtes om Haagse ooievaars een ring te geven

Door Joyce Hoogland 13 juni 2018

De ooievaar; brenger van baby’s, geluk en het symbool van onze mooie stad. Gelukkig laat de ooievaar zich hier nog steeds zien. Vanaf hun nesten op grote hoogte, houden ze een oogje in het zeil. Maar dat is wel eens anders geweest.    

Om de levensloop van de ooievaar beter te kunnen volgen, is de Haagse Vogelbescherming zes jaar geleden begonnen met het ringen van de jonge ooievaars.

En dat is niet de makkelijkste klus als je ziet waar ze graag hun nesten bouwen. Gelukkig hebben we in Den Haag enthousiaste en betrokken vrijwilligers die deze uitdaging niet uit de weg gaan. Caroline Walta van de Haagse Vogelbescherming is een van hen. Voor haar is de ooievaar de mooiste vogel die er is en regelmatig staat ze op een dak, een hoogwerker of zelfs een brandweerwagen om bij de jonge ooievaars te kunnen.

In de dierentuin

Caroline: “Als kind had ik al iets met natuur en vogels. Mijn ouders hadden met een eigen horeca zaak een druk bestaan en gingen vaak laat naar bed. Als ik dan vroeg naar buiten wilde, waren zij nog moe. Dan ging ik meestal plaatjes kijken in een vogelboekje en bedenken welke vogels ik allemaal in het echt wilde zien. En toen zag ik dus ook een plaatje van de ooievaar. In de jaren ’70 was de ooievaar een zeldzame verschijning; ze werden zelfs met uitsterven bedreigd. De eerste ooievaar die ik in het echt zag, was in de dierentuin van Wassenaar.”

‘Inmiddels zijn ze een belangrijk deel van mijn leven’

Ooievaarsstations

Vogelbescherming Nederland had een plan bedacht om het uitsterven van de ooievaars tegen te gaan. Ze hebben ooievaars uit andere landen gehaald en zijn gaan fokken. De jongen van deze ooievaars hebben ze op twaalf plekken in Nederland uitgezet. Allemaal in de buurt van de grote rivieren. “Na een bezoek aan een van deze zogenaamde ooievaarsstations maakte de ooievaar zo’n indruk op me. Ik was meteen verkocht. Ze werden mijn hobby en inmiddels zijn ze een belangrijk deel van mijn leven”, aldus Caroline.

Geen paal, maar een penthouse

Vanuit die twaalf plekken van de Vogelbescherming zijn de ooievaars gaan zwermen en gelukkig ook weer in Den Haag terecht gekomen. Met name de Duivenvoordse polder is een belangrijk gebied voor onze ooievaar. Hier vinden ze hun natuurlijke voedsel. De meeste nesten zitten dan ook aan deze kant van de stad. Met name de daken van de flats aan Suzannaland en Smaragdhorst in Mariahoeve zijn geliefd.

Er zijn destijds ook speciale nestpalen neergezet, maar daar maken de ooievaars bijna geen gebruik van. “De natuur laat zich nu eenmaal niet sturen, ze zoeken toch hun eigen plekje. En als ik zelf op zo’n dak sta, snap ik het wel. Ze willen geen paal, maar een penthouse.”

Ooievaars ringen

Een jaar of zes geleden kwamen steeds meer vragen binnen over de ooievaars en hun nesten. Ook kwamen de eerste klachten van bewoners binnen die overlast hadden van broedende ooievaars op hun dak. “We wilden meer weten over het gedrag en de levensloop van de Haagse ooievaars. Wat gebeurt er met ze nadat ze uitvliegen? Waar gaan ze heen? Waar bouwen ze hun nest?”

Het ringen van vogels wordt al 100 jaar gedaan en is inmiddels een beproefde methode om antwoord te krijgen op deze vragen. “Met de ooievaars in Den Haag gebeurde dit nog niet, dus daar ben ik mee aan de slag gegaan. Dat klinkt wel wat makkelijker gezegd dan gedaan. Het vergt best wel wat organisatie. De nesten zitten namelijk niet op de makkelijkste plekken en ook het onderhouden van contacten met pandeigenaren en bewoners kost veel tijd. Maar ik zie het steeds weer als een mooie uitdaging”, zegt de gedreven vrijwilligster.

Lees verder verder onder de foto’s

Ooievaar krijgt ringen. Foto Valerie Kuypers
Ooievaar krijgt ringen. Foto Valerie Kuypers
Ooievaar krijgt ringen. Foto Valerie Kuypers

Toeren uithalen

Het ringen gebeurt als de jonge ooievaars 4 tot 5 weken oud zijn. Dan kunnen ze nog niet wegvliegen en zijn de pootjes groot genoeg. “Om bij de nesten te komen moeten we dus vaak wel wat toeren uithalen. De nesten zitten vaak ook nog op de schoorsteen. Omdat het wel veilig moet blijven, maak ik vaak gebruik van een collega vrijwilliger die professioneel klimmer is. Maar ook hoogwerkers of zelfs brandweerwagens worden wel eens ingezet.”

Verdedigingsmechanisme

“Je zult verwachten dat vader en moeder agressief worden als je bij hun gezin in de buurt komt. Maar dat gebeurt dus niet. Ze vliegen weg om zichzelf te redden en geven een sein aan de jongen van dreigend gevaar. De jongen kunnen nog niet vliegen en schakelen een ander verdedigingsmechanisme in; ze houden zich dood. Hier maak je als ringer gebruik van.”

Degene die bij het nest komt, zet de jonge ooievaars in een speciale tas en neemt deze mee naar het dak of een andere veilige plek in de buurt van het nest. “Hier meten en wegen we de vogels en brengen we het ringetje aan. Dit duurt hooguit 10 minuten. Dan gaan ze weer in de tas en terug naar het nest. Dit klinkt best stressvol voor de vogels, maar na 100 jaar onderzoek weten we dat we de vogels hier echt geen kwaad mee doen. En het levert ons een hoop nuttige informatie op.”

Prettige buur

Voor bewoners is het niet altijd even prettig dat de ooievaars hun dak hebben gekozen om een gezin te stichten. De ooievaar heeft een sterke band met het nest en de ouders blijven er het liefst hun hele leven bij. Ook als alle jongen zijn uitgevlogen. En omdat een ooievaar maar liefst 30 jaar kan worden, heb je ze dus wel even als bovenbuur.

“ We begrijpen dat mensen de ooievaar niet altijd een prettige buur vinden. Daarom kijken we ook altijd hoe we mensen bij de overlast kunnen helpen, zonder de ooievaar in gevaar te brengen. De flat in Suzannaland is een mooi voorbeeld. De ooievaars hadden hier de schoorsteen uitgekozen om op te broeden, maar voor de bewoners was dat niet de meest handige plek. Hier hebben we een speciale nestconstructie geplaatst. Dit is een soort mand geworden, die even weg kan als er onderhoud nodig is of als schoorsteen geveegd moet worden. En we kunnen hem zo neerzetten dat de poep op het dak komt en niet meer op de balkons.”

Op de wieken

Dit jaar hebben we in Den Haag zes nesten met gemiddeld 2 a 3 jongen. Deze zijn nu bijna allemaal geringd. Nu breekt een spannende periode aan. De jongen gaan binnenkort ‘op de wieken’ en dan is het de vraag hoe het verder gaat. Ik heb een keer gehad dat alle jongen van een nest het niet gered hadden. Dat was echt heel verdrietig. Ik hoop ze natuurlijk allemaal terug te zien als vader of moeder van hun eigen nest. Maar de tijd moet het leren. Dankzij het ringen houden we in ieder geval een vinger aan de pols.”

Wist je dat:

  • Nooit duidelijk is terug gevonden waarom de ooievaar het symbool van ons stadswapen is? Van oudsher komt hij hier veel voor, maar het kan ook met een Middeleeuws traditie te maken hebben dat je als stad een mascotte moet hebben.
  • We in Den Haag op dit moment zes nesten hebben: 3 op de flats van Suzannaland, 1 op een flat aan de Smaragdhorst, 1 bij de Britse School en 1 aan de andere kant van Den Haag: bij manege Berestein.
  • Ze graag op een hoge plek zitten omdat ze elkaar zo goed in de gaten kunnen houden en snel kunnen zien waar iets te halen valt.
  • Ze van naturen een trekvogel zijn, maar wel goed tegen kou kunnen. De noodzaak om te trekken is dat vogels geen voedsel meer kunnen vinden door sneeuw en ijs. Door de zachte winters is deze noodzaak er niet meer en blijven steeds meer vogels in de stad

Lees verder verder onder de foto

Ooievaar krijgt ringen. Foto Valerie Kuypers
Ooievaar krijgt ringen. Foto Valerie Kuypers

Meer weten?

  • Wil je meer weten over de Haagse Vogelbescherming of wil je ook vrijwilliger worden, kijk dan eens op hun website: www.haagsevogels.nl
  • Op de website van Beleef de Lente kun je live beelden bekijken van een ooievaarsnest in Gennep en blogs lezen van Caroline www.beleefdelente.nl

Bron: hethaagsegroen.nl

Meer over

Inwoners Nieuws