5 x vragen over de Delftse woningmarkt aan de wethouder van wonen

Door Iris Olsthoorn 25 juni 2019

Als woningzoekende moet je in heel Nederland een lange adem hebben en in Delft is dat niet anders. De gemeente wil er 15.000 woningen bij bouwen, maar hoe zit dit nou precies? Wordt er nou eindelijk gebouwd voor starters? En hoe zit het met sociale huur? Wie kan er beter antwoord geven op dit soort vragen dan wethouder Wonen, Wmo en Sport, Karin Schrederhof. Wij verzamelden jullie prangende vragen en legden ze aan haar voor.

<< < Pagina 1 / 5 >
⟵ swipe swipe ⟶

Nieuwbouw & modaal inkomen

Wat gaat er gebouwd worden voor de grote groep woningzoekenden met modaal inkomen in Delft? Hoeveel invloed heeft de gemeente daarop?

“Mensen die een huis zoeken, zijn niet alleen aangewezen op wat we bijbouwen, maar op de hele woningmarkt. Binnen de nieuwe woningbouwplannen maakt de gemeente afspraken met de partijen die bouwen. Daarin streven we naar opbouw: dus duurdere, grondgebonden woningen, maar ook appartementen voor mensen die hun eerste koop doen. Als we bouwen in de duurdere sector, komen daar vaak mensen in te wonen die een huis achterlaten voor bijvoorbeeld starters. We proberen dit als gemeente zoveel mogelijk te sturen, maar tegelijkertijd zie je dat het voor starters sowieso moeilijk is om een woning te financieren. Dat is een landelijk probleem en kan je als stad helaas niet regelen. Vaak wordt er ook nog eens overboden; ook daar hebben we als gemeente geen grip op.

Wat wel echt nieuw is, is dat we in Delft veel meer huurhuizen gaan bouwen in het middendure segment, dus tussen de €750,- en €950,-. Daarvan is er op dit moment heel weinig aanbod in de stad. We hopen dat sommige starters of mensen met modaal inkomen daarin doorstromen. Of jongeren die op de markt komen en niet in de sociale huur terecht kunnen, in dit segment een huis zoeken.

Ik denk dat je in Nederland de komende jaren een verschuiving zal zien: Het was heel lang heel normaal om een woning te kopen. Over een paar jaar zullen veel mensen eerst in de middeldure huur terecht komen en dat als een tijdelijk optie zien. Kopen wordt gezien als vermogensopbouw, maar dat is eigenlijk iets heel Nederlands. In Duitsland spaar je eerst en als je koopt, blijf je daar je hele leven wonen. In Nederland zal dat ook veranderen.”

Sociale huur & wachttijden

Wat is het aandeel sociale huurwoningen in de woningen die in de komende 10 jaar gebouwd worden, voldoet dit aan de vraag? En wat ziet de wethouder hierbij als een realistische wachttijd? 

“De komende jaren bouwen we sociale huurwoningen bij. Het aandeel aan sociale woningen gaat relatief wel afnemen, maar dat komt omdat we ook veel koophuizen en middenhuur bijbouwen. Op grote nieuwbouwlocaties bouwen we 15% bij, omdat we vinden dat mensen met een kleine beurs er ook moeten kunnen wonen. Wat je verder gaat zien, is dat corporaties bestaande bouw gaan vernieuwen. In de Kuyperwijk sloopt Vidomes het complex op de Van der Goesstraat, maar bouwt daar ook terug – zelfs iets meer woningen dan dat er stonden. Tegelijkertijd willen we dat er in de regio meer gebouwd wordt. Delft heeft ten opzichte van omliggende steden veel sociale huur.

Een realistische wachttijd is afhankelijk van wat je zoekt. Als jij die prachtige sociale huurwoning zoekt met tuin en veel kamers in Tanthof, ja dan duurt het lang. Als jij morgen een klein appartementje wil hebben is het ook niet mogelijk. Maar je ziet wel dat voor de kleine woningen de wachttijd een stuk lager ligt. De langste wachttijd ligt vaak wel bij mensen die al in de sociale huursector zitten, maar door bijvoorbeeld gezinsuitbreiding groter willen gaan wonen. Het liefst wil je hem zo kort mogelijk hebben, maar dat is een illusie. Het enige wat je kunt doen als gemeente, is zorgen dat er voldoende aantrekkelijke doorstroommogelijkheden zijn.”

Sloop van goedkope woningen

Veel goedkope woningen worden gesloopt en daarvoor in de plaats komen duurdere woningen die voor een steeds groter wordende groep mensen onbetaalbaar zijn (zoals bij ’t Heilige Land). Mag dat zomaar?

“Als mensen moeten verhuizen binnen de sociale huur, gaan ze naar een woning die past bij hun inkomen. Dat bepaalt de gemeente niet, dat bepaalt de Rijksoverheid met onder andere de huurtoeslag. Het kán gebeuren dat mensen na verhuizing net iets meer betalen dan dat ze nu gewend zijn, omdat ze bijvoorbeeld al heel lang in ’t Heilige Land wonen tegen een lage huur. Je huur gaat dan bijvoorbeeld van €500,- naar €670,- per maand. En ja, dat is best een grote stap. Tegelijkertijd is de kwaliteit van een nieuwe woning waarschijnlijk beter, dus gaan de energiekosten omlaag. Dat scheelt dan weer wel in je maandelijkse lasten.

Tegelijkertijd snappen we wel dat het voor senioren nooit fijn is om te verhuizen. Daarom proberen we zoveel mogelijk bij te bouwen vlakbij de locaties waar ze weg moeten. In Tanthof zien we nu bijvoorbeeld een hele grote groep senioren die in eengezinswoningen zitten. In deze wijk is bijna geen aantrekkelijk aanbod wat betreft seniorenwoningen, dus deze mensen staan niet te springen om te verhuizen. Daarom willen we in deze wijk meer seniorenwoningen bijbouwen, zodat zij kunnen doorstromen en huizen achter laten voor gezinnen.”

Verkamering in Delft

Wat gaat Delft doen om de mazen in de wet m.b.t. ‘verkamering’ aan te pakken? Is er aanvullende regelgeving mogelijk om opkopende ontwikkelaars, huisjesmelkers, aannemers, makelaars de voet dwars te zetten?

“Je kan hele extreme maatregelen nemen. Momenteel moeten alle woningen onder de 265 duizend euro een vergunning aanvragen als ze willen verkameren. Sommige huisbazen ontwijken dat, door er zelfstandige units (dus met eigen huisnummer) van te maken. Je kan als gemeente óók deze huizen vergunningsplichtig maken. Of je kan een zelfbewoningsplicht invoeren.

Het kan allemaal. Maar studenten hebben ook huisvesting in Delft nodig. Het is elke keer een duivels dilemma: wie help je ermee als je zulke maatregelen invoert? We blijven een stad met studenten. We sturen wel op bijbouwen van studentencomplexen én we kijken samen met de TU hoe we de groei van het aantal studenten aankunnen. Zo bouwen we aan de randen van de stad, of in andere gemeentes dichtbij. Op de Schieoevers wordt straks bijvoorbeeld veel bijgebouwd voor studenten. Maar voordat dat er staat, is de universiteit alweer gegroeid. Oftewel: je kunt het als gemeente bijna nooit goed doen op dit gebied.”

‘Kenniswerkers’

In de woonvisie gaat het vaak over dat Delft aantrekkelijk moet zijn voor ‘kenniswerkers’. Maar zijn zij belangrijker dan horecamensen, leerkrachten, politieagenten, gepensioneerden etc.? 

“Het is opvallend dat dit als aparte groep genoemd wordt, want vaak zijn het mensen die vanuit een campuscontract doorstromen en ook geen grote beurs hebben. Het kan genoemd worden bij een woningbouwproject, maar eigenlijk zit nergens een toewijzingstoets aan; we gaan niet kijken welk diploma je hebt als je een huis koopt. Ook politieagenten en horecamensen zitten vaak al boven de inkomenseis voor sociale huurwoningen, dus eigenlijk behoren zij tot dezelfde groep als ‘kenniswerkers’.

Wat er wel soms wordt gedaan, is het kijken naar in welke wijken je welke mensen wilt hebben. In gebieden die kwetsbaar zijn, is het fijn als er mensen bijkomen die daadkrachtig zijn. Je moet dan wel de juiste huisvesting bieden. In Rotterdam is dat bijvoorbeeld een reden geweest om bepaalde mensen voorrang te geven op huurwoningen in een aantal wijken. In Delft gebeurt dat niet.”

<< < Pagina 1 / 5 >
⟵ swipe swipe ⟶

Meer over

Gemeente Wonen

adv.