Zonder protesterende Delftenaren had de Oude Delft er héél anders uitgezien

Door Michiel de Haan 4 november 2018

Je kent de Oude Delft natuurlijk wel: een prachtige oude gracht met mooie bomen. Het had niet veel gescheeld of het had er héél anders uitgezien. Rond 1920 waren er serieuze plannen om er een elektrische trambaan aan te leggen. Je kunt je vast wel voorstellen dat veel Delftenaren daar tegen protesteerden.

Een trambaan op de Oude Delft: in de jaren 1920 was dat helemaal niet zo’n gek idee. Er reed namelijk al een tram over de Oude Delft. Sinds 1886 reed er een stoomtram van de Haagsche Tramweg Maatschappij (HTM) tussen Den Haag en Delft. De tram kwam Delft binnen bij het Kalverbos en reed vandaar de Oude Delft op. Deze tram kwam elk half uur langs en reed over een enkel spoor. Omdat de tram werd getrokken door een stoomlocomotief, had hij geen bovenleiding nodig.

Elektrificeren

Schets van de Oude Delft met trambaan uit een Delftsche Post uit 1921

In de jaren 1910-1920 wilde de HTM zijn tramlijnen elektrificeren. Ook de tram naar Delft moest een bovenleiding krijgen. Het liefst wilde ze dezelfde route over de Oude Delft blijven rijden. Veel Delftenaren vonden dit geen goed plan, omdat de tram het stadsschoon van Delft zou aantasten. Om de bovenleiding aan te leggen moesten veel bomen op de Oude Delft gekapt worden. Bovendien zou de trambaan twee sporen krijgen, waarover elke zeven minuten een tram langskwam.

Van alle kanten kreeg de gemeente Delft protestbrieven binnen. Onder meer studentenverenigingen, de Technische Hogeschool, de ANWB en historische verenigingen lieten van zich horen. De historische vereniging Delfia zamelde duizenden handtekening in tegen de aanleg van de trambaan. Ook in landelijke en lokale kranten stonden veel ingezonden brieven over het ‘tramplan’. De kwestie kreeg zoveel aandacht dat zelfs de minister van onderwijs cultuur en wetenschap zijn mening gaf. Hij schreef aan de gemeenteraad dat: ‘de esthetische bezwaren tegen het plannen zo ernstig zijn, dat de gemeente van de uitvoering daarvan moet afzien.’

Phoenixstraat

Je kunt je wel voorstellen dat de burgemeester, de wethouders en de gemeenteraad met de kwestie in hun maag zaten. Gelukkig kwam de directeur van Openbare Werken ir. J. de Booy in oktober 1922 met een oplossing. Hij stelde voor om de tram vanaf het station over de Westvest en daarna door Phoenixstraat te laten rijden. De Phoenixstraat was toen nog geen brede boulevard zoals nu, maar een straat met aan weerskanten huizen. Toch was er genoeg ruimte voor een trambaan.

Het college van B&W nam het plan van de Booy over en ging ermee aan de slag. Ongeveer een jaar later dienden ze een uitgewerkte versie in bij de gemeenteraad. Hierin stond ook hoeveel het plan kostte. In totaal kostte de trambaan 874.000 gulden, waarvan de gemeente Delft fl 156.000 voor zijn rekening nam. De rest werd betaald door het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de HTM en enkele Delftse industriëlen. Op 10 oktober 1923 stemde de gemeenteraad met 21 tegen 7 stemmen in met het plan.

Het duurde nog even voordat er daadwerkelijk een elektrische tram door Delft reed. Pas in juni 1929 was de nieuwe trambaan klaar. Vanaf toen reed de tram dus vanaf het station via de  Phoenixstraat richting Den Haag. De route die de tram nu nog steeds rijdt.

Meer over

Toen in Delft

adv.