Opmerkelijk: vroeger moest je toegangsgeld betalen voor Delft

Door Michiel de Haan 18 augustus 2019

Je herkent de Oostpoort vast wel. Tegenwoordig loop of fiets je er zo onderdoor, maar vroeger was dat wel anders. Tot en met de achttiende eeuw moest je toegangsgeld betalen om Delft binnen te komen. 

Tot aan het begin van de negentiende eeuw was Delft omringd door een stadsmuur. In de middeleeuwen diende zo’n muur om vijandige legers buiten de deur te houden. Door de uitvinding van het kanon verloor de stadsmuur zijn militaire functie. Toch bleef de muur nuttig. Hierdoor kon men in de gaten houden wie de stad binnenkwam en ‘ongewenste lieden’ buiten de deur houden.

In de stadsmuur van Delft zaten in totaal acht poorten: twee in elke windrichting. Van al deze poorten staat tegenwoordig alleen de Oostpoort nog overeind. De rest is in de loop van de 19de-eeuw gesloopt. Tot en met de achttiende eeuw stonden er bij deze poorten poortwachters die controleerden wie er de stad in kwam. Als je naar binnen wilde, dan moest je betalen.

Poortbriefje

Rond 1750 kostte het een halve stuiver om Delft binnen te komen. Dit kon je betalen bij de poortwachter of je kon een poortbriefje (een soort toegangsbewijs) kopen bij een herberg net buiten de stadsmuren. Deze herbergen heetten uitspanningen omdat reizigers hier hun paarden en wagens uitspanden. Ook kon je je rijdier hier parkeren, omdat je extra moest betalen om met een paard de stad in te gaan.

’s Nachts en op zondag waren de grote stadspoorten gesloten. Met paard en wagen kon je dan de stad niet in. Alleen voetgangers konden nog naar binnen via een klein deurtje dat ‘klinket’ heette. Inwoners van Delft hoefden trouwens niet elke keer apart te betalen om de stad in of uit te gaan. Eens per jaar betaalden zij een vast bedrag aan poort- en lantaarngeld. Dit was een plaatselijke belasting voor de bewaking van de stad en de straatverlichting.

Bron: Stadsarchief Delft

Delft had vroeger 8 stadspoorten en zo zag dat eruit

Meer over

Toen in Delft

adv.