Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

In de 19de-eeuw hadden cholera epidemieën grote gevolgen voor Delft

Door Michiel de Haan 12 april 2020

Het virus COVID-19 houdt ons al een paar weken in zijn greep. Maar, dit is niet de eerste keer dat we in Delft te maken krijgen met een ziekte die wereldwijd rondgaat. Een paar weken terug schreven we al over de Spaanse griep van 1918. In de eeuw daarvoor hadden Delftenaren al te maken gehad met een andere gevaarlijke ziekte: cholera. Ook deze ziekte had grote gevolgen voor Delft.

Cholera is geen virus, maar een bacteriële infectie ziekte. De ziekte verspreid zich vooral door vervuild water. De ziekte was al voor 1800 ontstaan in India en verspreidde zich aan het begin van de negentiende-eeuw over de wereld. Omdat de meeste steden in die tijd nog geen waterleiding of goede riolering hadden, had dit grote gevolgen.

De belangrijkste symptomen van cholera zijn hevige diarree en overgeven. Dit is vooral gevaarlijk omdat patiënten hierdoor snel kunnen uitdrogen omdat ze geen vocht binnenhouden. Daarnaast heeft de ziekte een hele korte incubatietijd. Als je met de bacterie in aanraking komt, kan je binnen zes uur ziek worden. In 1866 beschreef de Delftsche Courant hoe je aan de ontlasting kan zien of iemand cholera heeft. Als je niet van onsmakelijke verhalen houdt, kun je het komende citaat beter overslaan.

‘In negentien van de twintig gevallen begint de ziekte met diarree. Daarbij komt het er in de eerste gevallen op aan te bepalen, of deze cholera-aardige verschijnselen oplevert. Zolang de uitwerpselen geel, groenachtig of bruin zijn en meer of min vast zijn, bestaat er geen gevaar. Is de stof echter waterachtig, in kleur gelijkende op koffie met veel melk, op rijstewater met of zonder klonters, op vaatwater, op thee met een weinig melk, dan kan men er zeker van zijn, dat de patiënt […] door cholera is aangetast.’ Delftsche Courant, 24 april 1866

Cholera in Delft

De eerste cholera uitbraak in Delft was in 1832. In dat jaar overleden 155 Delftenaren aan de ziekte. In de jaren 1848-1849 en 1854-1855 volgden nieuwe uitbraken. Tussen november 1848 en oktober 1849 overleden in Delft maar liefst 571 patiënten aan cholera. Voor medici en het stadsbestuur was het niet direct duidelijk wat de oorzaak was van de ziekte. Wel ontstond het vermoeden dat vervuilt water er iets mee te maken had. In die tijd kwamen er nog veel menselijke uitwerpselen in de Delftse grachten terecht. Na de derde uitbraak besloot het stadsbestuur om diepe waterputten te graven zodat Delftenaren schoon drinkwater uit de grond konden halen.

Door de nieuwe putten bleef de ziekte enige tijd weg, maar in 1866 volgde een nieuwe epidemie die in het hele land huishield. In heel Nederland overleden toen zo’n 21.000 mensen aan cholera, waaronder 427 Delftenaren. Vooral in de armere buurten aan de oostzijde van de stad vielen veel slachtoffers. Artsen konden maar weinig tegen de ziekte doen omdat antibiotica nog niet bestond en de precieze oorzaak onduidelijk was. De Delftsche Courant gaf zijn lezers het advies om de ziekte te bestrijden met een glaasje likeur en een klontje suiker met spiritus. Daarnaast plaatste de krant wekelijkse een overzicht met het aantal overleden in Delft. Op het hoogtepunt van de epidemie in juni 1866 bezweken er elke dag tussen de 12 en 26 Delftenaren aan de ziekte. Daarmee was deze ziekte heftiger dan de epidemie waar we nu mee te maken hebben.

Bron: Ingrid van der Vlis, Vooruit met veel verleden, Geschiedenis van Delft vanaf 1795 (Zwolle, 2016) blz. 97-99

Lees ook:

Zo beleefde Delft de Spaanse griep van 1918

Het Coronavirus COVID-19 is het gesprek van de dag in Delft en de rest van Nederland. Inmiddels zijn...

Zo leer je tijdens het thuiszitten alles over de geschiedenis van Delft

We leven in een vreemde tijd. Goede kans dat je door het coronavirus veel thuis zit. Dat is hét mome...

Meer over

Toen in Delft

adv.