Delftse mysteries: waarom hebben de bussen en trams in Delft ‘onlogische’ lijnnummers?

Door Iris Olsthoorn 31 augustus 2019

Nummer 32, 69 en 53 zijn enkele voorbeelden van lijnnummers van bussen in Delft. Zo op het eerste gezicht lijkt er geen verband tussen de nummers te zijn. Maar is dat ook echt zo? Iemand moet toch ooit deze nummers bedacht hebben en had daar vast een logica achter. Wij zochten het uit!

Voor het oplossen van dit mysterie hebben wij aangeklopt bij Connexxion, de vervoersmaatschappij die tot voor kort altijd in Delft reed. Renzo Hijman, woordvoerder van het bedrijf gaat daar voor eerst even terug in de tijd: “Openbaar vervoer is er al ruim 150 jaar. Allereerst vooral in en om de steden en later ook op het platteland. Zodra er meerdere lijnen of vervoerbedrijven in een stad bij elkaar kwamen, ontstond de behoefte om een onderscheid te maken: dit kon een lijnkleur, een -letter of -cijfer zijn.”

Verschillende kleuren

Toen er nog niet zoveel openbaar vervoer was, konden de diverse lijnen nog uit elkaar gehouden worden met kleuren. Maar sommige steden gingen over op letters of cijfers. “De kleur van het voertuig hielp mee om de diverse lijnen of netwerken uit elkaar te kunnen houden. Vaak ontstonden er lokale afspraken over de kleuren, letters en cijfers. Uiteindelijk werden vooral lijnnummers gebruikt; er zijn nu eenmaal meer verschillende cijfers dan letters en je kunt makkelijker combinaties maken.” Aha, dus daarom worden er cijfers gebruikt, check!

Lage nummers

In de steden vind je vooral lage nummers en niet zonder reden: “Ik denk dat je in de steden vooral de laagste nummers vindt, omdat de eerste bus- en tramlijnen in de steden reden. Daarbij krijgen de oudste tramlijnen vaak de laagste nummers en de later toegevoegde buslijnen hogere nummers.” Dat klinkt logisch! Tramlijn 1 was inderdaad de eerste tram die reed in Nederland (toen alleen nog van Den Haag naar Scheveningen, nog niet in Delft.)

Indeling

Naarmate het openbaar vervoer groter werd, kwamen er steeds meer lijnen en ontstond er wat onduidelijkheid over de cijfers. “In de laatste decennia is geprobeerd met landelijke afspraken duidelijkheid te geven in de lijnnummers.” Dit zijn alle afspraken op een rijtje:

  • Stadslijnen krijgen lage nummers, vanaf 1 tot bijvoorbeeld 20.
  • Streekbussen krijgen een nummer tussen 21 en 199 waarbij erop wordt gelet dat lijnen met dubbel gebruikte lijnnummers niet vlak bij elkaar rijden. De beschikbare nummers worden groepsgewijs over de regio’s verdeeld.
  • Lijnen met een nummer vanaf 200-299 zijn meestal spitslijnen.
  • Lijnen met een nummer vanaf 300-399 zijn meestal hoogwaardige openbaar vervoerverbindingen van het R-net, de Q-liner en dergelijke.
  • Lijnen met een nummer vanaf 400-499 zijn meestal buurtbussen.
  • Lijnen met een nummer vanaf 500-699 zijn meestal speciale lijnen of schoolbussen.

In Delft rijden tram 1 en tram 19 met een laag nummer. Opvallend genoeg hebben de meeste stadsbussen in Delft een cijfer rond de 60 en de streekbussen juist veel nummers in de dertig. In Delft hebben we twéé bussen met een getal boven de 100: Lijn 455 rijdt via Pijnacker naar Zoetermeer en zit op het R-net. Lijn 174 van Rotterdam Noord naar de TU Aula.

Verschillen

Nu denk je misschien, waarom heeft de metro in Rotterdam letters en de metro in Amsterdam lijnnummers? Dat legt Renzo ook uit: “Ook al hebben we deze afspraken, regionale verschillen komen nog altijd voor. De metro in Amsterdam kent bijvoorbeeld lijnnummers en die in Rotterdam letters.”

Lees ook

Binnenkort rijdt er een nieuwe busmaatschappij en dit betekent het voor jou

Ga je vaak met de bus in Delft? Dan ga je vanaf 25 augustus niet meer met Connexxion mee, maar met d...

adv.