Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

In deze panden in Delft gebeurden vroeger hele lugubere dingen

Door Iris Olsthoorn 3 november 2018

Je kan het je nu niet meer voorstellen, maar vroeger waren martelingen, opsluitingen en experimenten op mensen héél normaal. Sterker nog, Delft stond er zelfs een tijdje om bekend. In een paar gebouwen in Delft (waar je tegenwoordig nietsvermoedend langsloopt) gebeurden vroeger allerlei lugubere dingen. 

Pagina 1 / 4
⟵ swipe swipe ⟶

Het Steen

Museumnacht. Foto: Fred Leeflang
Het Steen bevindt zich in het midden van het stadhuis

Misschien wel het bekendste lugubere plekje van Delft: gevangenis Het Steen. Het ligt in het midden van het oude gemeentehuis en er gebeurde vroeger dingen die het daglicht niet konden verdragen. Het Oude Steen, zoals het heette, was een stenen toren waarin criminelen werden opgesloten en gemarteld. Een aantal van de martelwerktuigen zijn nog te zien in Het Steen.

Als er een verklaring afgetroggeld moest worden, hadden de Delftenaren van vroeger daar verschillende instrumenten voor. Op een rekbank werd je hoofd vastgemaakt met een ijzeren beugel, onder de rug zaten gekartelde wieltjes. Met een touw aan de voeten werd er langzaam getrokken, waardoor de gevangene langzaam werd uitgerekt. Door de gekartelde wieltjes beschadigden de wervels ook nog eens flink. Ai!

Verder was er in deze gevangenis nog een pijnbank aanwezig: hierop werd je vastgebonden. Met een ijzeren stang braken ze je botten. Als je het écht heel bont had gemaakt, moest je naar het stikhok. Dat was een hokje bovenin de toren waar je alleen liggend in kon. Het schijnt dat de meeste gevangenen daar niet levend uit kwamen.

St. Joris Kapel

Foto: MT Termeer / AD Delft
Foto: Wikipedia

Delft stond vroeger bekend als ‘stad van de gekken’. Dat kwam onder meer door de Sint Joriskapel, tegenwoordig bekend als de Lutherse kerk aan het Noordeinde. Deze kapel hoorde bij het in de 14e eeuw gestichtte St. Joris Gasthuis. Delftenaren van toen waren sterk gelovig en wilden graag ‘barmhartig’ zijn voor hun medemens in nood. Daarom werd  het gasthuis opgericht om vreemden en zieken op te vangen. Omdat daar in die tijd blijkbaar veel vraag naar was, veranderde het al snel in een dolhuis, een huis dat vol zat met ‘sociale randfiguren’. In 1677 kreeg het ook nog eens de taak om criminelen op te vangen, als tuchthuis.

De kapel kreeg door ruimtegebrek in het gasthuis ook een functie: hier zaten cellen in voor de gekken die niet op de algemene zaal konden blijven. Die ruimtes waren heus niet comfortabel, zoals tegenwoordig. De cellen waren hele kleine afsluitbare kooien gevuld met stro. De gemiddelde koe van nu woont lekkerder. Ook waren er geesteszieke en gevangenen in het gasthuis die letterlijk vast lagen aan de ketting. Voor de barmhartige Delftenaren was dit de normaalste zaak van de wereld.

Het ‘nieuwe’ Joris

Een masker voor agressievelingen. Foto: Willianne van der Sar

In de negentiende eeuw kwamen er steeds meer wetten rondom het verzorgen van ‘krankzinnigen’ (zo werden mensen met een geestesziekte in die tijd genoemd). Daarom werd er in 1894 in Vrijenban een groot en ruim nieuw buitencomplex gebouwd voor het St. Joris Gasthuis. Het was een groot complex met allerlei paviljoenen en gebouwen, waarvan nu alleen het hoofdgebouw nog overeind staat. Het was een klein zelfvoorzienend dorp met eigen bakker en een boerderij.

De zorg die de hulpbehoevende Delftenaren hier ontvingen was al een stuk beter dan opgesloten zitten in een van de cellen van het dolhuis. Maar de instrumenten en methodes die ze hier begin twintigste eeuw gebruikten, waren alsnog… best creepy. Zo waren er de permanente baden, waar patiënten soms uren of zelfs dagenlang in vastgesnoerd lagen om te kalmeren. Onrustige patiënten werden strak ingesnoerd in een dwangbuis en agressievelingen kregen een soort masker van draden om, zodat ze hun verzorgers niet konden bijten of bespugen. Sommige objecten zijn nu nog te zien in het museum dat in het oude gebouw is opgericht. 

Hoofdkwartier van de Nazi’s

Villa Solheim
Foto: Rijksmonumenten.nl

Of hier mensen werden opgesloten of gemarteld, weten we niet. Maar de plannen die in dit pand bekokstoofd werden waren in ieder geval wél luguber. ‘Villa Solheim’ werd in 1932 gebouwd door Ir. W.H. van Leeuwen. Hij was toen president-directeur van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde de Duitsers zich in deze villa aan de Ruys de Beerenbrouckstraat. Het huis diende als hoofdkwartier voor Delft, maar ook ver daarbuiten.

Jaren later, in 1986 kwam het huis in handen van de Stichting Delftsche Studenten Huisvesting. De villa werd flink verbouwd en inmiddels wonen er studenten van het Delftse Studenten Corps in.

Pagina 1 / 4
⟵ swipe swipe ⟶

adv.