Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

5 types die je tegenkomt op de fiets in Delft

Door Chantal Deen 27 februari 2020

Fietsen door Delft is soms (en dan bedoelen we vooral ’s ochtends rond 08.15 uur) een behoorlijke operatie. Van slingerende studenten tot langsrazende elektrische fietsen: je moet ogen in je rug hebben. Delftenaar Chantal Deen plaatste al deze typetjes die je tegenkomt in handige categorieën. Houdt het leven overzichtelijk in de Delftse fietsjungle.  

Pagina 1/5
⟵ swipe swipe ⟶

Fietstype #1: pubers

Deze groep is te herkennen aan de opstelling in groepjes van drie, bij voorkeur naast elkaar. Ze slingeren bellend, whatsappend en giechelend op de fietspaden van Delft. Vooral in de regio Hof van Delft en het centrum is deze groep volop vertegenwoordigd. Wars van alle regels fietsen ze door een rood stoplicht, en aan de verkeerde kant van de weg. Mocht je twijfelen of het echt een puber is, check dan de fietslampen. Bungelt er een laf fietslampje uit de koplamp of zit er een gefabriceerd lampje aan de bagagedrager dan kun je er vergif op innemen dat je te maken hebt met een puber. Ze doen buiten wat kleine overtredingen niet veel kwaad en zijn vaak voor rede vatbaar. Als ik een stoet van pubers op mijn weg vind, kijk ik ze recht in hun ogen aan. Geheid dat ze opzij gaan. Probeer het eens en er zal een wereld voor je opengaan. 

Fietstype #2: Moeders met kinderen

Moeders met kinderen onderscheiden zich op veel manieren. Een daarvan is dat de weg hun domein is. Of eigenlijk: het domein van hun kinderen. Die kleintjes hebben nog geen gevoel voor verhoudingen en nemen daardoor bezit van het complete fietspad, zodat jij er alleen langskomt door je bel eens flink te laten tringen. Dat schrikt dan weer die koters af en dan is het huilen geblazen. Als je de moeder en kinderen vervolgens voorbij fietst kun je rekenen op een vuile blik of erger nog; op een scheldkanonnade, gewoon waar die schatjes van kinderen bij zijn. Want wie ben jij om de idylle van deze stadsmoeder te verstoren.

Moeder-subtype #2 zijn degene die zelf voorop fietsen en daarmee letterlijk geen oog hebben voor hun kind dat achter ze fietst. Ik fiets vaak achter zo’n kind die dat geen flauw benul heeft van verkeer en alleen maar voortdrijft op het commentaar van mama; die op haar beurt naar voren roeptoetert zodat het kind niets hoort en vervolgens achterblijft bij het rode stoplicht waar moeders nipt doorheen is gefietst.

Dan sta ik daar met een kind van een jaar of vier die het ook niet meer weet. Behulpzaam breng ik hem of haar naar de overkant. Als de kleuter is herenigd met de moeder krijgt het flink op zijn kop omdat het niet geluisterd heeft(?). Mij wordt geen blik waardig gekeurd en zo druip ik weer af richting het fietspad. Voor deze moeders heb ik één tip: laat je kind voor je fietsen. Einde bericht.

Fietstype #3: de student

Buitenlandse studenten zijn vaak te herkennen aan hun typische tasjes

Net als bij de categorie moeders kent deze doelgroep ook subgroepen. In Delft zijn er twee prominent aanwezig: de Nederlandse en de buitenlandse student.

De Nederlandse student leeft in een parallel universum en fietst op tijden dat ik al in mijn mandje lig. Fietsers rondom de TU Delft zullen dit anders ervaren omdat zij immers elke dag die Rotterdamseweg moeten trotseren. Het lijkt wel Amsterdam daar. Het is raadzaam om in die contreien een plan van aanpak te hebben anders vrees ik dat je de overkant niet haalt. Het fijne is wel dat je de ijverige student vandaag de dag goed kunt herkennen aan de fiets met blauwe banden. Dit is een leasefiets en daarmee altijd goed uitgerust. Dus geen ontbrekende fietsbellen, lampen of bagagedragers, maar een state of the art fiets waar ik jaloers op ben.

De andere student is de internationale; zij die niet zijn opgegroeid met een driewielers, step of fiets met zijwieltjes. Ze fietsen wel maar het plezier is niet terug te zien in hun rijstijl en al helemaal niet in hun ogen. Wist je dat de meeste schades aan auto’s door hen worden veroorzaakt? Ze hebben namelijk geen overwicht (op die fiets dan hè) en fietsen regelmatig tegen een autospiegeltje aan. Deze wereldburgers zijn te vinden rondom de TU Delft maar hebben inmiddels hun weg naar het centrum ook al gevonden. Ze zijn ongevaarlijk en willen het liefst terug naar hun mama dus als je ze passeert, vergeet niet te lachen naar ze. Ze knappen daar enorm van op.

Fietstype #4: de man of vrouw op weg naar werk, al dan niet voorzien van lycra

ANP

Deze groep maakt echt werk van het fietsritje. De afstand tot hun werkplek varieert van één tot tien kilometer. Daar hoort een gedegen outfit bij. Dat begint thuis waar ze zich hijsen in een lycrabroek of voor de diehards in een compleet lycrapak. Daarna wordt de helm opgezet en de handschoenen met speciale grip aangeschoven. Deze mensen nemen hun reis zeer serieus en tolereren geen frivoliteit op het fietspad. Ze gaan met een vaart van zo’n achttien kilometer per uur de weg op en hebben de gps tracker aan. Het liefst verbreken zij iedere dag hun persoonlijk record. Ik vrees deze groep het meest. Ik ben zelf een laffe en tamme fietser. Gewapend met oortjes en een opzwepend muziekje beweeg ik mij door de fietsjungle van Delft naar Rijswijk waar de lycrabende ook vaak gesignaleerd wordt. Ik zwenk weleens naar links en dat stelt deze groep niet op prijs. Wie ben ik om hun fietsroute te verstoren met mijn halfbakken getrap en lichte afwijking. Ik besluit vaak om net te doen alsof ik ze niet hoor (mijn muziek staat echt niet op stand 10,kom op zeg, ik ben bijna vijftig) en negeer dan ook hun gesputter in mijn richting. Deze club zou zeer gebaat zijn bij een eigen fietspad of een grote dosis humor en relativeringsvermogen.

Fietstype #5: de hulpmotoren club

Deze groep is niet alleen voor de grijze dakduiven onder ons. Nee, ook de geblesseerde, uitgebluste of fiets-hatende medemens is in het bezit van een gemotoriseerde fiets. Ze zoeven met een gemiddelde snelheid van 20 kilometer (altijd nog twee kilometer harder dan de lycrabende) door de binnenstad van Delft. Het probleem met de elektrische fiets is dat ik ze niet hoor aankomen. Als ze mij dan met een rotgang passeren voel ik me oud, onsportief en had ik al gezegd oud? Pas dan zie ik het zwarte doosje op de bagagedrager en slaak een zucht van verlichting. Nee, ik ben niet sloom maar sportief want ik trap mijn longen leeg. Ik kom echter aan op mijn werk met het zweet op mijn bovenlip waar zij nog ruiken naar roosjes. Totdat de lycrapakken uit gaan.”

Dit artikel is eerder gepubliceerd op indebuurt, op 18 februari 2018. 

Lees ook

Goed om te weten: PLUS Martin Panis gaat een maandje dicht

Als je er af en toe boodschappen doet, dan weet je ongetwijfeld dat PLUS Martin Panis verbouwd. De s...

Quizje: Zie jij het verschil tussen deze nieuwe Delftse wijken?

De komende jaren worden er behoorlijk wat nieuwbouwwijken bijgebouwd in Delft en omgeving. We hebben...

Bewijs! Er lag deze woensdag écht een laagje sneeuw in Delft

Wij openden vanmorgen met enige spanning de gordijnen: zou er sneeuw liggen?! Grote kans dat veel De...
Pagina 1/5
⟵ swipe swipe ⟶

adv.