13 x dingen die je nog niet wist over het Delftsch Studenten Corps

Door Ilse Zoutewelle 14 juli 2019

De kans is groot dat jij – net als veel andere Delftenaren – niet veel meer weet over het Delftsch Studenten Corps (DSC) dan dat ze een gigantisch gebouw hebben aan de Phoenixstraat. Hoe het er van binnen uitziet? Geen flauw idee. Indebuurt kreeg een rondleiding van Wytse, de president (voorzitter) van het sociëteitsbestuur. We delen de meest opvallende feitjes met je.

Pagina 1 / 13
⟵ swipe swipe ⟶

Dit is waarom het gebouw ‘Phoenix’ heet

“De sociëteit is gebouwd in 1877, nadat de vorige in brand was gevlogen. Hij is dus herrezen uit de as van de vorige. De phoenix is een vogel die steeds herrijst uit zijn eigen as, vandaar de naam”, vertelt Wytse. In de borrelzaal van de sociëteit hangt een phoenix. “Hij waakt over de zaal en houdt in de gaten of we ons aan de mores (regels, red.) houden. Soms houden reünisten hier een feestje: dan blinddoeken we de phoenix. Anders zou hij zien dat de gasten zich niet aan de mores houden.”

Ieder lid heeft zijn eigen plek

De achterzaal
De middenzaal
De voorzaal

DSC heeft ruim 2000 leden en daarom is de borrelzaal behoorlijk groot. Opvallend is wel dat hij uit drie delen bestaat: een achter- midden- en voorzaal. Ieder lid heeft hier zijn eigen plek. Wytse vertelt: “De vrouwen borrelen in de achterzaal. Alle mannen mogen borrelen in de middenzaal; de voorzaal wordt alleen gebruikt door leden die langer dan drie jaar lid zijn.” Na 00.00 uur borrelen mannen en vrouwen niet meer gescheiden. Waarom? “Je komt hier om te praten met je vrienden of vriendinnen, niet om te flirten. Doe je het wel? Dan kun je rekenen op een kan ijswater in je nek.”

Je moet opletten wat je doet

Als je in de sociëteit van DSC bent, doe je er goed aan om je handen thuis te houden. Tussen de midden- en achterzaal staat bijvoorbeeld een smeedijzeren hek waar alleen het bestuur van de sociëteit aan mag komen. Verder staan er bovenop de schouw vazen en borden van Delfts blauw met een phoenix erop. Ook hier kun je beter niet aan komen: “We hebben ze van ons personeel ontvangen na de Tweede Wereldoorlog. Als je een bord of vaas breekt, gaat de tap open op jouw rekening tot 06.00 uur. Het is gelukkig nog nooit voorgekomen, want dat is een dure grap.”

De bar heet geen bar

“Wij hebben het over ‘buffet’”, legt Wytse uit. “Geen idee waarom, maar zo heet het.” Als je bij het buffet staat, moet je een beetje uitkijken wat je doet. “Je mag niet met je rug naar het buffet staan, dat is onbeleefd. De barman- of vrouw mag een kan ijswater in je nek gooien als je het toch doet.”

Leden mogen niet overal komen

Wytse op de galerij

Boven de borrelzaal is een galerij. Daar mag alleen het bestuur van de sociëteit komen. “Dat is vooral zodat we ‘s avonds rustig kunnen eten. We krijgen de hele dag vragen van leden en tijdens het eten willen we even bijkomen. Daarna moeten we namelijk nog lang door: er zijn altijd twee leden van het bestuur aanwezig bij borrels en feestjes om de boel in de gaten te houden.”

Er komen elke dag ruim 350 mensen eten

Het 'meidenplatje'

De eetzaal van DSC is flink groot en dat is niet voor niks. “We hebben 350 tot 500 eters per dag”, vertelt Wytse. “We hebben drie personeelsleden die voor ons koken.” Tijdens de OWee zijn het er zelfs nog meer: ruim 1.100 mensen! Ook in de eetzaal zitten mannen en vrouwen gescheiden. “We hebben een speciaal ‘meidenplatje’ waar de dames eten. We hebben het daar extra gezellig gemaakt met lichtjes en een mooie muurschildering.”

DSC heeft de grootste privé boekencollectie van Nederland

“Ik vind de bibliotheek één van de mooiste ruimtes van de sociëteit”, zegt Wytse. “Er staan gigantisch veel boeken: we hebben zelfs de grootste privé collectie van Nederland.” Hoe ze dat voor elkaar krijgen? “Als je in de bibliotheek dineert met je club, huis of dispuut moet je een boek doneren aan de bibliotheek. Dat is al zo sinds 1877.” Overigens worden niet alle boeken gelezen. “Onze zustervereniging Minerva uit Leiden geloofde niet dat wij technische denkers de boeken zouden lezen. Daarom hadden ze eens de bladzijden uit een boek gesneden en er een vis in gelegd. Die hebben ze terug gezet in de bibliotheek. Het heeft een half jaar geduurd voor we het betreffende boek hadden gevonden: het stonk énorm.”

Het gebouw zit vol historie

Je hoeft alleen maar naar de prachtige plafonds van de voorzaal, het glas-in-lood of de bibliotheek te krijgen om de historie mee te krijgen. Maar de geschiedenis zit ook in kleine dingetjes. Zo zie je overal in de borrelzaal een soort lichtknopjes. “Die werden heel vroeger gebruikt om te bellen voor personeel, zodat ze drankjes konden brengen. Bizar he?!”

Er liggen 117 zonnepanelen op het dak

“Al is het een oud gebouw, we zijn druk bezig om het duurzamer te maken”, vertelt Wytse. “Zo zijn we plannen aan het maken om van het gas af te komen. Ook zorgen we met kleine dingen als isolatie en het dichten van kieren dat het gebouw energiezuiniger wordt. De grootste stap die we tot nu toe hebben gemaakt zijn de 117 zonnepanelen op het dak. Die leveren nu onze stroom voor een gedeelte.”

Er kwam lang maar één vrouw in de sociëteit en dat was bloemen-Bertha

Tot 1980 was DSC alleen voor mannen. Toch werd er één vrouw toegelaten: bloemen-Bertha. “Regelmatig kwamen er reünisten uit Amsterdam naar Delft om sherry te drinken en bij te praten. Maar dat was zó gezellig, dat ze vaak veel te laat naar huis gingen. Bertha kwam vervolgens langs met bloemen die ze konden kopen voor hun vrouw, om het weer goed te maken.”

Elke ruimte heeft andere stoelen

De kamer van de senaat

In élke ruimte van de sociëteit staat een andere soort stoel. En geloof ons, er zijn véél ruimtes. “Meubelmaker Cor werkt al 38 jaar bij ons: en hij maakt ook de stoelen. Hij bekleedt ze elk jaar opnieuw en maakt voor iedere ruimte een ander type stoel. Zo zijn de stoelen voor de meiden blauw, hebben we in de voorzaal relaxte leunstoelen en in de kamer van de senaat (het bestuur van de vereniging) staat wéér een andere variant. Waarom dat is? Geen idee. Maar leuk is het wel.”

De vereniging heeft zelfs een wijnkelder

De wijnkelder heeft een bijzondere geschiedenis. “In de Tweede Wereldoorlog werd onze sociëteit door de Duitsers gebruikt als postkantoor. De onderste verdieping met daarin de wijnkelder werd niet gebruikt. Om te voorkomen dat de dure flessen wijn in handen van de Duitsers zouden vallen, brak het bestuur in het weekend in. Ze dronken de flessen voor zover ze konden leeg. Toen dat lastig werd, gooiden ze de goedkope flessen tegen de muur kapot. De dure flessen verstopten ze door de stad. Later is er eentje terug gevonden in de gracht bij de Kolk: die hing daar aan een touw. Nog steeds hebben we de traditie om na een vergadering met een bepaalde commissie een fles wijn stuk te gooien tegen de muur.”

Er staat een Phoenix uit Utrecht in de sociëteit

Op het dakterras van de vereniging staat nog een phoenix. “Deze stond eerst op het station in Utrecht: hij waakte over het spoor aldaar. Maar de directeur van de NS is oud-lid van DSC en hij heeft hem aan de vereniging geschonken. De voorwaarde was wel dat hij hier ook over het spoor moest waken. Met de veranderingen in de spoorzone werd dat natuurlijk lastig: daarom hebben we een klein stukje spoor weten te bemachtigen zodat de phoenix toch iets heeft om over te waken.”

Pagina 1 / 13
⟵ swipe swipe ⟶

adv.