Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Tilly Kaisiëpo: ‘Ideeën moeten van onderop komen, van de mensen zelf’

Door Jantine van den Hoven 26 juli 2016

Hoewel West-Papoea altijd het land van deze Delftenaar van de Week zal blijven, is Tilly Kaisiëpo toch echt wel een Delftse. “Ik ben Delft dankbaar dat ik hier al zo lang in vrijheid woon.”

Tilly Kaisiepo
Tilly laat de Morgenster-vlag van West-Papoea zien tijdens de Veteranendag in 2014. Foto ANP

Op haar 12e kwam Tilly naar Delft, haar familie moest weg uit West-Papoea. Het is het land waar ze tot op de dag van vandaag voor strijd, voor de onafhankelijkheid van het volk. “Dat is mijn core business, ik ben er 24/7 mee bezig.” Maar dat wil niet zeggen dat ze niets voor Delft heeft gedaan.

Ik leef ín de geschiedenis

In de tientallen jaren in Delft heeft Tilly aardig wat meegemaakt. Ze kreeg vier kinderen, werkte, was raadslid voor Leefbaar Delft en woonde in verschillende wijken. In Poptahof Noord is ze gelukkig. “Het is echt een superwijk, zo veel verschillende mensen. Heerlijk!” Toen ze als jong meisje op de Phoenixstraat kwam wonen, reed de trein nog bij de overburen langs. Later reed hij boven de grond en nu is de trein ondergronds gegaan. “Ik zit gewoon ín de geschiedenis, dat is toch gaaf!”

Je wilt het niet weten

Soms herhaalt de geschiedenis zich. “In de jaren ’60 en ’70 waren we allemaal ‘gewoon mens’. Toen de eerste vluchtelingenstroom in de jaren ’80 op gang kwam, veranderde dat wel. Ze kwamen vooral in de goedkope woningen in Poptahof te wonen, mijn wijk.” Tilly vertelt hoe het eind jaren ’80, begin jaren ’90 écht niet goed was in de wijk. “Je wilt niet weten hoe het hier was, een politiewagen durfde niet eens alleen de wijk in. Die kwamen altijd met twee auto’s.”

Haat en agressie

De zwarte piet demonstratie in Den Haag
De Zwarte Pietdemonstratie in Den Haag in 2013. Foto ANP

De vaak negatieve manier waarop er tegen de vluchtelingen van nu aan wordt gekeken, herkent Tilly van de eerste vluchtelingenstroom. Maar zelf kreeg ze er ook mee te maken. “Ik heb die woede 1 op 1 meegemaakt op het Malieveld, toen ik daar werd aangevallen tijdens de Zwarte Pietdemonstratie.” Tilly ging naar Den Haag om bij de VN aandacht te vragen voor haar land West-Papoea. Maar de mensen die vóór Zwarte Piet waren, keerden zich tegen Tilly. “De haat en agressie die ik toen op mij af kreeg, is dezelfde haat en agressie die ik zie bij de stenengooiers in Geldermalsen en Steenbergen.” Tilly besefte dat Nederland veranderd was. “Ik krijg nu te horen dat ik moet oprotten naar mijn eigen land, vanwege mijn kleur. Ik zeg dan: graag! Laten we samen naar Rutte gaan en we regelen het. Mensen zien niet op mijn voorhoofd staan dat ik hier al vanaf de jaren ’60 ben, dat mijn kinderen en kleinkinderen hier geboren zijn.”

Bekijk ook deze korte webdocumentaire die er over Tilly en de Zwarte Pietdemonstratie is gemaakt.

‘Ze kunnen van alles bedenken, maar het moet van bewoners zelf komen’

Rond 2005 startte Tilly met een aantal buren in Poptahof de Moe’stuin. In de wijk zou er veel sloop en nieuwbouw zijn of gerenoveerd worden. Woonbron organiseerde de ene na de andere bewonersavond om uitleg te geven over ‘het masterplan’ maar de buitenlandse gezinnen kwamen niet. “Ze kunnen van alles voor je bedenken, maar het moet van onderop komen, van de bewoners.” Omdat ze vond dat iedereen toch geïnformeerd moest worden, bedacht Tilly een moestuin als communicatiemiddel, een plek waar gezinnen samen konden komen. “Ik ben Moe’stuin gestart uit dankbaarheid voor Delft, omdat ik hier al die jaren in vrijheid kan wonen.”

Buiten zijn we allemaal Delft

tilly kaisiepo moestuin
Tilly Kaisiëpo bij haar grote trots de Moe’stuin in Poptahof Noord.

“Op de Moe’stuin leerden we elkaar kennen en ik vroeg aan de vaak getraumatiseerde buitenlandse mensen ‘waar komt u vandaan en alles goed?’. Het gaat allemaal om medemenselijkheid en respect. Het was belangrijk dat iedereen te weten kwam wat er speelde in de wijk, het werd een soort groot informatiepunt.” Tilly zei tegen de buitenlandse gezinnen: ‘Binnen kun je Afghaans, Somalisch of wat dan ook zijn, buiten ben je Delfts. Buiten zijn we allemaal Delft. En samen steken we onze handen in de aarde om iets terug te doen voor het land dat ons voedt’.

Geen tuintje voor Tilly

De Moe’stuin is inmiddels overgenomen en Tilly heeft er zelfs geen tuintje meer. “Er is iets fout gegaan in de communicatie over het betalen. Een tuintje zou 10 euro per jaar gaan kosten. Als je niet betaalde, ging de tuin naar een ander. Ik betaalde niet, het gaat me niet om die tien euro maar de Moe’stuin is mijn concept, mijn ‘kindje’ dus ik hield de eer aan mezelf. Meerdere gezinnen gingen weg bij de Moe’stuin en toen besloot de tuincommissie om het terug te draaien. Het is weer gratis. Dus nu ben ik mijn tuintje kwijt en zit er een ander in, ook voor niks.” Hoewel Tilly wel benieuwd is hoe het nu af gaat lopen, laat ze het toch los. “Ik ben gewoon een bewoner, ik hóef niets te doen voor de buurt. Ik doe het omdat ik denk dat het nodig is. Als iedereen blij en gelukkig is, dan ga ik hier net zo lekker op de bank zitten en doe ik m’n ding. Ik heb me nooit opgedrongen.”

Het is niet moeilijk

Tilly heeft geen moestuin nodig (‘Ik kan niet eens tuinieren’) om het gezellig te hebben in de Poptahof. “Ik heb verder nergens voor doorgestudeerd, maar mensen bijeen brengen, dat is wat ik kan. Dan vraag ik, ‘Hamide maak jij lekkere hapjes? Genoteerd’. Annie bakt een appeltaart en anderen nemen de limonade en de koffie mee. Iemand regelt een tafel en dan zitten we hier gewoon gezellig met zijn allen beneden in Poptahof Noord. Gewoon doen, dat is echt niet moeilijk.”

adv.