Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Raadslid Dorris Derksen (23): ‘Je moet laten zien dat je weet waar je het over hebt’

Door Jantine van den Hoven 23 augustus 2016

In deze week van de OWee kiezen we natuurlijk een student uit als Delftenaar van de Week. Wel een bijzondere: raadslid Dorris Derksen (23). “Als nieuwe student voel je je niet snel verloren in Delft.”

In 2010 kwam een toen 17-jarige Dorris Derksen vanuit Groningen naar Delft voor Bouwkunde. Ze deed mee aan de OWee en koos er bewust voor om niet bij een studentenvereniging te gaan. “Ook zonder vereniging leer je snel mensen kennen, hoor. Ik ging hockeyen bij Scoop en hield vrienden over aan mijn OWee-groepje. “In de afgelopen zes jaar ben ik me veel meer thuis gaan voelen en echt van Delft gaan houden.” En dat is te merken, want de jonge studente zet zich al twee jaar in als gemeenteraadslid voor STIP.

Constant verdedigen

Toen Dorris in 2014 haar studie voor een jaar stopzette om vol voor het raadlidmaatschap te gaan, breidde haar netwerk alleen maar meer uit. Ze was nog maar 21 toen ze voor STIP (Studenten Techniek In Politiek) in de raad kwam. “Dat is misschien wel het moeilijkste van zo jong al raadslid zijn: je moet je er constant voor verdedigen. Het enige wat je kan doen, is laten zien dat je weet waar je het over hebt.”

Studie even stop

dorris derksen
Werkplek van STIP in het Stadhuis

Dorris had er de tijd ook voor, want het is het gebruik van de raadsleden van STIP om hun studie een jaar stop te zetten voor het raadslidmaatschap. Ze werken dan vanuit hun fractiekamer in het Stadhuis op de Markt. Een prachtige werkplek natuurlijk. “Je kunt er gewoon aanbellen en langsgaan hè, de ingang is aan de kant van de Waag. En van STIP zijn er dus vaak wel mensen aanwezig. Veel mensen weten dat niet.” Inmiddels is Dorris weer aan de studie gegaan en vergt het raadslidmaatschap voor haar wat meer planning.

Het gaat over miljoenen

Het was tot nu toe een bijzondere tijd om raadslid te zijn, vertelt Dorris. “Het ging een tijd lang niet goed met Delft. Nu zijn we in iets rustiger vaarwater maar we hebben echt harde keuzes moeten maken in wat we niet meer doen. Soms is dat heel onwerkelijk, het gaat over miljoenen. Je moet je als raadslid blijven beseffen wat het betekent dat die miljoenen ergens wegvallen.”

Iets in gang zetten

Het Parelfonds noemt Dorris een goede ontwikkeling: “Er wordt gekeken naar investeringen waarmee we het meeste kunnen bereiken.” Maar zou de raad dat niet altijd moeten doen? “Dit fonds is er nu en de uitgaven zijn eenmalig. We kunnen wel zeggen ‘Delft moet een hoger onderhoudsniveau krijgen’, maar dat kost enorm veel geld en is niet vol te houden. Met de investeringen willen we toch iets in gang zetten.” En toch denkt Dorris dat hoewel het iets beter gaat, een groot gedeelte van de bezuinigingen nog ‘moet landen’.

Zo veel mogelijk in de stad

“De band tussen studenten en Delftenaren moet veel sterker. Studenten zijn net zo goed inwoners van de stad. Soms is er misschien wat gedoe met studenten, maar dat moet je dan gewoon oplossen. Dat moet je ook met andere buren.” Het feest van de OWee is openbaar, dat is iets wat veel mensen niet weten volgens Dorris. “Wanneer een evenement openbaar is, maar wel op de campus plaats vindt, dan wordt het al snel alleen een ding voor studenten en dat is zonde.” Wat haar betreft wordt er dan ook zo veel mogelijk in de stad georganiseerd.

Altijd welkom

Het mooie aan Delft vindt Dorris dat ze zich er altijd welkom heeft gevoeld. “Het is hier niet anoniem zoals in andere grote steden. Ik woon hier met veel plezier en als ik toch wat anders wil, ben ik zo in Den Haag of Rotterdam.” Toch zoekt Dorris haar vertier graag in Delft, op leuke pleinen zoals de Doelenmarkt, de Beestenmarkt en het Agathaplein.

Veel plekken die van niemand zijn

Dorris Derksen
Dorris in de werkkamer van STIP in het Stadhuis.

In Delft zijn vooral veel dingen ‘tijdelijk heel irritant’. Zoals de wegwerkzaamheden. “Maar dat leidt dan wel weer tot iets: een beter toegankelijke stad.” Als het gesprek op Buitenhof komt, zegt Dorris dat ze zou willen dat alle buurten gelijkwaardig zijn. “Buitenhof is zo negatief in het nieuws geweest, het heeft nu een slecht imago. Ik vind dat we af en toe te veel op incidenten reageren. Natuurlijk doen de politie en gemeente er goed werk maar dat betekent niet dat een probleem meteen is opgelost.” Dorris kijkt ook naar de wijk met de kennis vanuit haar studie: “Buitenhof heeft veel ‘plekken die van niemand zijn’. Anonieme plekken waar geen zicht op is. Dat maakt dat mensen zich er onveilig voelen. Het enige wat echt helpt, is iets inzetten en dat volhouden. Zorgen dat er een fijne woonomgeving wordt gecreëerd.”

De toekomst

Die gedachte sluit dan weer heel mooi aan bij haar afstudeerproject. Dorris ontwerpt een huis voor mensen die zo lang mogelijk thuis willen blijven wonen in het centrum van Rotterdam. De studie moet begin volgend jaar klaar zijn. Is ze dan nog raadslid? “Daar moet ik nog even naar kijken, dat is nog niet vastgelegd.” Eén ding is zeker: Dorris zal nog wel in Delft te vinden zijn.

adv.