Marja van Bijsterveldt vindt burgemeester van Delft het allermooiste beroep: ‘Een andere stad was voor mij geen optie’

Door Iris Olsthoorn 11 september 2018

Al iets meer dan twee jaar is Marja van Bijsterveldt onze burgemeester. Dat indebuurt fan van haar is, stoppen we niet onder stoelen of banken – we vinden het leuk dat ze o-ver-al te vinden is en altijd enthousiast is. Maar wat vindt ze er zelf nou eigenlijk van? We vroegen het haar als Delftenaar van de Week: “Burgemeesterschap is leuk door het mensenwerk én de uitdagingen.”

Op 2 september 2016 werd Marja van Bijsterveldt burgemeester van Delft. Foto: ANP

Burgemeester worden doe je niet zomaar, maar Marja heeft dan ook een behoorlijk CV op haar naam staan. Zo was ze ooit de allerjongste burgemeester van Nederland, toen ze op haar 33ste buurgemeente Schipluiden ging besturen. Toch zou ze niet zomaar élke stad onder haar hoede willen hebben: “Ik vind het burgemeesterschap heel mooi, maar Delft was wel een voorwaarde. Mensen zeggen wel eens ‘je bent te vroeg burgemeester van Delft geworden, je had ook naar Den Haag gekund’. Maar nee – dat was niet mijn keuze. Ik heb weinig met groter of hoger. Ik vind Delft ideaal omdat het een echte stad is, maar toch een dorpse sfeer heeft. En de combinatie met de universiteit en hogescholen vind ik heel bijzonder. Dat geeft echt energie aan de stad!”

Weinig geld, veel creativiteit

Want dat Marja dol is op Delft, mag duidelijk zijn: “Soms zit ik op het terras en denk ik ‘wat een stad, al dat moois’. Ik denk dat we heel blij mogen zijn met de stad. Waar ik vooral heel trots op ben is dat we in de laatste jaren met weinig middelen toch veel voor elkaar hebben gekregen. De gemeente deed dat, door bezuinigingen, bijvoorbeeld met een minimaal aantal ambtenaren. Maar ook organisaties en verenigingen zelf hebben het vaak heel knap gedaan. Kijk bijvoorbeeld naar de VAK: ondanks zware bezuinigingen toch een gezond maatschappelijk bedrijf neerzetten. Dat komt doordat er veel mensen zoveel liefde voor Delft hebben, zich er met veel passie voor inzetten.” Als we vragen of ze dan tóch iets aan Delft zou willen veranderen, weet ze het eigenlijk niet: “Natuurlijk zou ik wel meer geld willen hebben om mooie dingen te doen”, lacht ze. “Soms kijk ik naar collega-gemeenten en denk ik ‘konden wij dit en dat ook maar!’ Tegelijkertijd zijn we hierdoor met zijn allen heel creatief geworden, want we kunnen die ene euro maar één keer uitgeven. Nu het financieel weer iets beter gaat, gaan we hard werken aan de openbare ruimte – het is belangrijk dat de straat en het groen er netter bij liggen.”

Trouble is your business

Hoewel we de burgemeester kennen als een soort opper-positivo, kunnen we ons voorstellen dat de afgelopen tijd in Delft niet de állermakkelijkste is geweest. Maar ook hier heeft Marja van Bijsterveldt weer een uitermate positieve kijk op: “Ik hou van de complexiteit die er bij het burgemeesterschap komt kijken. Enerzijds is het lekker tussen de mensen, anderzijds is het ook problemen oplossen.” Dat laatste is iets wat ze helemaal niet erg vindt: “Als minister zei ik altijd ‘trouble is your business’. Zonder problemen heb je als politiek bestuurder geen werk. Hoe kunnen we de kar weer op de rails krijgen? Hoe pakken we een moeilijke uitdaging op? Dat soort vraagstukken vind ik leuk.”

Gelukkige mensen

Dat ze praktisch 24/7 aan het werk is, vindt de burgemeester ook niet erg: “Ik heb het grote voorrecht om een baan te hebben waarin ik constant uitgedaagd wordt en het beste uit mezelf moet halen. Als mens wordt je daar echt gelukkiger van, daar ben ik van overtuigd. Je komt als mens pas echt tot je recht als je bepaalde verantwoordelijkheden hebt. Of dat nu thuis, in vrijwilligerswerk of in een baan is. Ook tijdens mijn ministerschap was dat mijn overtuiging: de lat in het onderwijs moet niet te laag liggen. Daar wordt geen kind beter van.” Maar natuurlijk verlangt ze soms ook naar wat meer rust : “Ik vind al die verantwoordelijkheden en het harde werken heerlijk. Maar als ik ooit met pensioen ga, denk ik dat ik daar ook van zal genieten. En dan word ik natuurlijk gewoon lekker vrijwilliger in Delft.”

adv.