Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Joost Verhoeff: ‘In Delft vind je nog iets bijzonders’

Door Jantine van den Hoven 3 mei 2016

In de week dat hij geridderd is als lid in de orde van Oranje Nassau spreekt indebuurt Delft met Joost Verhoeff. Een trotse horecaman – bekend van Kobus Kuch en Knus – vertelt in Café de Beierd over zijn lintje en nog belangrijker: over het mooie Delft. Een terechte Delftenaar van de Week dus.

Eer voor de ridder

Tijdens het interview wordt Verhoeff (56) door andere cafébezoekers op de schouders geslagen: ‘Moeten we nu voor je buigen, Joost?’ roepen zij grappend. Verhoeff heeft wel een idee waar de aanvraag voor zijn lintje vandaan komt. Op 1 januari stopte hij als voorzitter van het Bestuurlijk Overleg Binnenstad, de club die hij drie jaar geleden oprichtte. “Ik vind dat je niet te lang in een bestuur moet blijven zitten, dus ik had mijn vertrek al in de loop van 2015 aangekondigd zodat ze vervanging konden gaan zoeken. Dus dat had niets met mijn ziekte te maken.” Want Joost Verhoeff is erg ziek, hij heeft een hersentumor waarvoor hij onder behandeling staat in Den Haag. Als hij nu daar niet mee bezig zou zijn, had hij een reis gemaakt door Columbia. “Maar dat gaat niet meer. Die dingen gebeuren. Dat hoort er ook bij”, zegt Verhoeff. Hij heeft vier zware maanden achter de rug en zit nog middenin de behandelingen.

De jeugd is aan de beurt

Natuurlijk is zijn rol in het BOB niet de enige reden waarom de Delftenaar tot ridder is geslagen. In ’88 begon hij als horecaondernemer met Kobus Kuch op de Beestenmarkt en later had hij Knus in de Delftse Hout. “Ik heb vier dingen die ik belangrijk vind: mijn horecaleven, mijn privéleven, bestuurlijke rollen vervullen en nog een andere baan hebben. Dat laatste had ik toen ik werkte als adviseur. Die vier dingen moeten voor mij in balans zijn, als op een kroonluchter.” Als horecaman zette hij zich op verschillende vlakken en in wisselende commissies en verenigingen in voor de ondernemers in Delft. “Maar allemaal niet heel lang, ik hou er niet van om in een bestuur te blijven hangen. Op een gegeven moment zijn anderen aan de beurt, de jeugd.”

‘Mensen moeten wegrijden en denken: ‘Wow, hier kom ik nog eens terug’

Vanaf zijn vierde woonachtig in Delft, durft Verhoeff zich wel een echte Delftenaar te noemen. “Het mooie is dat het tussen Rotterdam en Den Haag in ligt, Delft blijft daardoor kneuterig. En toch zit je binnen een halfuur in de stad of op het strand.” Delft kan nog wel werken aan het gastvrij ontvangen van alle gasten. “De spelregels rondom het parkeren blijven – ook al proberen ze er wat aan te doen – onduidelijk. Nu krijgen mensen die hier parkeren een bekeuring van 88 euro, terwijl ze het idee hebben dat ze het qua parkeren goed hebben gedaan. Er moet een optimale beleving zijn van de stad. Een gast moet hier wegrijden en denken: ‘Wow, hier kom ik nog een keer terug’ in plaats van een bekeuring op de mat terugvinden.”

Delft is bijzonder

Als het over Delft gaat, is volgens Verhoeff de handicap van het verleden de zegen van heden. Daarmee doelt hij op de opbouw en samenstelling van de stad. “Voorheen gingen mensen naar een stad vanwege de grote ketens, de H&M en de Blokker. In alle kleine pandjes in Delft konden die grote ketens zich niet vestigen. Nu zie je dat mensen hun spullen van de ketens wel via internet bestellen. En over Delft zeggen mensen die komen winkelen nu: ‘Hier vind je nog iets bijzonders’. En het mooie is dat de ketens er wel zitten, bijvoorbeeld bij Zuidpoort. Gelukkig is dat aangebouwd aan de stad, en niet ter vervanging van een stuk van de stad.”

Het is aan alles te merken: Joost Verhoeff houdt van Delft, en andersom. Het is te hopen dat hij er lang van mag blijven genieten.

Delftenaar van de week

Vorige week sprak Ivana Stoop over haar plan om een film te maken over haar leven. Lees haar verhaal hier terug. Ken jij iemand die ook Delftenaar van de week zou moeten worden? Tip de redactie.

adv.