Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Delftenaar Mies is 101 en maakte de oorlog mee: ‘Mijn leven bestond vooral uit eten zoeken’

Door Chantal Deen 18 februari 2020

“Ik eet elke dag een eitje. Als mensen zeggen dat het niet goed voor je is, antwoord ik heel simpel: Ik ben er 101 mee geworden”, zegt Mies Warffemius lachend. “Kom op, zeg, ik loop al een eeuw mee en weet heel goed wat er te koop is. Dan zijn weer het weer eieren die niet goed zijn, dan weer verse jus d’orange. Daar drink ik met gemak een glas met drie sinaasappelen per dag van. Zouden meer mensen moeten doen.”

Mies Warffemius heeft pas honderdenéén kaarsjes mogen uitblazen. Ze woont nog zelfstandig en kookt zelf. “Ja, wel wat ik zelf lekker vind zoals pannenkoeken en een soepje. Ook verse appelmoes vind ik heerlijk, maar ik heb lichte diabetes en dat gaat helaas niet samen.”

Mies is geboren in de Hof van Delft (wat destijds nog een aparte gemeente was) in 1919. Ze is de middelste in een gezin met vader, moeder en twee zussen. Haar vader had een kapsalon voor heren en dames. “Ik had verkering met een leuke knul, werkte in de zaak van ouders en toen brak de Tweede Wereldoorlog uit. Mijn vriend moest het leger in, ik heb hem daarna nooit meer gezien. De mannen in Delft werden één voor één opgehaald om te vechten tegen de Duitsers. Na de bombardementen in Rotterdam bestond mijn leven voornamelijk uit het zoeken naar eten.”

Niet sollen met de Duitsers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden mensen hun fiets hard nodig, want brandstof voor auto’s en bussen was er bijna niet. De Duitsers hadden in de loop van de oorlog een tekort aan voertuigen en jatten massaal de fietsers van de Hollanders. Hoe mooier de fietsbanden, hoe gewilder. “Wij maakten de fietsen oud door lappen om de spaken in het wiel te winden. Een knappe Duitser die de fiets dan nog graag wilde hebben. Ik fietste naar Lelystad* omdat iemand mij had getipt dat daar genoeg te eten was. Vaak verbleef ik een week ergens en at mijn buikje vol. De scheermesjes, shampoo en zeepjes die mijn ouders mij meegaven, ruilde ik om voor eten om mee terug te nemen naar Delft.”

‘Eenmaal thuis heb ik flink gejankt, maar ik had wél kaas’

“Een keer kwam ik terug van zo’n fietsreis en werd ik door twee Duitsers staande gehouden op het Jaagpad. Ik had een homp kaas (kaas en boter waren door de schaarste een luxe in die tijd) in een tas op mijn rug hangen en melkflessen in mijn fietstassen. Toen ze vroegen wat ik bij mij had, zei ik stoer ‘melk!’ Doodsbang was ik dat ze de kaas toch zouden ontdekken. Gelukkig lieten ze mij door. Ik heb nog nooit zo hard naar huis gefietst. Eenmaal thuis heb ik een flink potje gejankt, maar ik had wel de kaas. Natuurlijk was ik wel vaker aangehouden, maar toen had ik niet meer bij me dan wat groenten. Je moest niet sollen met die Duitsers, dat had ik wel gezien.”

Vandaag de dag

Na de oorlog gaat Mies weer werken in de kapsalon Warffemius in de Singelstraat en hier stopt ze pas mee als ze zestig jaar is. Nadat haar moeder overlijdt gaat Mies samenwonen met haar oudste zus. Van een huwelijk is het nooit gekomen. Vandaag de dag woont ze alleen, haar zus is helaas allang overleden. In het huis van Mies hangen vele replica’s van Vermeer en een tegel met de tekst ‘Uit gouden korenaren, schiep God de Delftenaren. Uit het restant de overigen van het land.’ “Delft is mijn stad, ik klaag niet over de gemeente Delft. Ze doen ontzettend veel voor mij; ze betegelen mijn straatje en ik heb een camera om te zien wie er voor de deur staat. Mensen klagen, maar je kunt niet alles voor niets krijgen.”

‘Mensen mogen liever voor elkaar zijn’

“Wat ik zelf nog wens? Nou, ik heb mijn eigen tanden en haar nog dus dat zit wel goed. Ik zou zo graag nog eens naar de markt gaan op donderdag in Delft. Ja, dat zou leuk zijn.” Mies heeft hobby’s genoeg en kijkt ook graag tv. “Het liefst kijk ik naar darten en voetballen. Voor wie ik ben? Voor Ajax en Feijenoord: ik gun het ze allebei. Naast sport kijk ik ook graag naar de ‘Slimste mens’, vooral die Maarten van Rossum vind ik leuk. Dat programma dat hij maakt met zijn broer en zus vind ik ook heerlijk om naar te kijken, niet naar die broer en zus die vind ik minder leuk. Mijn favoriet is de ‘Rijdende rechter.’ Hier hoeft die Frank Visser niet te komen hoor. Als ik door mijn slechte gehoor de tv te hard heb aanstaan kan de buurman gerust dit zeggen, daar heb ik niets van. Mensen mogen wat mij betreft sowieso wat liever voor elkaar zijn.”

(Mies wilde graag met de Chantal op de foto, want dat was naar haar mening veel leuker😊)

*) Lelystad bestond nog niet tijdens de Twee Wereldoorlog, Mies bedoelt een stad daar in de buurt, maar kon niet op de naam van deze stad komen. 

Lees ook

Delftse zanger Frank Diemel: ‘Op het podium kun je alles laten gebeuren’

"Als ik naar een concert ga, wil ik tot tranen geroerd worden. Als ik dat ook teweeg kan brengen met...

Delftenaar Ferry (84) zit in de finale van het Songfestival voor ouderen [video]

Over een maandje is het zover: de grande finale van het Ouderen Songfestival in het DeLaMar Theater ...

Lisa woont in een woongroep in Buitenhof: ‘De hele buurt is welkom in de huiskamer’

De meeste gezinnen zijn in deze gekke woningmarkt blij als ze een stekkie voor henzelf kunnen kopen....

adv.