Column van Chantal: ‘Hoe heurt het eigenlijk in de Delftse horeca?’

Door Chantal Deen 21 januari 2019

Je struikelt in het centrum van Delft over hippe poké bowl zaken, bruine kroegen, kekke lunchtenten en restaurants. Er is volgens mij geen stad in Nederland waar er op de vierkante meter zoveel horeca te kiezen valt als in Delft. Maar de hamvraag is: hoe heurt het eigenlijk in de horeca?

Als ik ineens een enorme behoefte heb aan een matcha latte kan ik terecht bij Kek. Een portie bitterballen wegspoelen met een biertje kan ik het beste in de Wijnhaven (nee, ik krijg er niet voor betaald. Ik heb mijn man daar ontmoet. Vandaar de liefde voor deze kroeg). Een betaalbaar hapje van over de grens eten doe ik het liefste bij Maleé op de Voldersgracht. Zo zullen jullie ongetwijfeld ook jullie voorkeuren hebben waar je graag je geld uitgeeft in horeca Delft. Toch gebeuren er soms gekke dingen…

Dit overkwam me laatst

Pas geleden kwam ik ergens (ik zal niet verklappen waar) binnen waar de wachttijden soms wel tot een half uur kunnen oplopen. Toch waagde ik dapper een poging en warempel, ze hadden een plekje voor me. Mijn dochter zou mij later vergezellen voor een lunch, zo meldde ik het bedienend personeel. Terwijl ik mijn bestelling wilde opgeven vroeg de serveerster of ik ergens anders wilde gaan zitten vanwege de drukte. Stop- even- hier. Juist. Hier. Dat is toch best vreemd om te vragen, als ik net heb aangegeven dat ik kom lunchen met twee personen?

Gek genoeg reageerde ik direct met een, bijna verontschuldigend ‘Euhm, ja, natuurlijk wil ik dat’. De vriendelijke doch vasthoudende serveerster suste mijn eventuele weerstand direct door te melden dat ze, zodra er weer een plekje vrij kwam, zij een tafel voor twee zou zoeken als mijn lunchpartner was gearriveerd.

‘Je gaat toch niet vervelend doen hé, mam’

Ik mocht zitten aan een grote tafel op een bankje zonder rugleuning. Het gebrek aan de leuning gaf me minstens zoveel irritatie als het feit dat ik me weg had laten jagen. Mag dat eigenlijk wel? Had ik niet gewoon kunnen zeggen, ‘Nou, nee, ik ga hier ook zo eten dus blijf ik zitten’? Niet veel later arriveerde mijn dochter en ik vertelde haar het voorval. Toen ze mijn irritatie opmerkte zei ze, ‘Mam, je gaat toch niet vervelend doen hè?’ Hmm, is het zo raar dat ik me ergerde aan deze gang van zaken? Uiteindelijk zijn we aan een ander tafeltje gezet en het leed was alweer geleden of toch niet?

Hoe heurt het eigenlijk?

Als ik later op die dag neerstrijk in een andere horecagelegenheid, vertel ik de eigenaresse mijn ervaring. Ik vraag haar of ik het juiste heb gedaan. “Nee, natuurlijk niet”, zegt ze, “Je had gewoon moeten blijven zitten. Je bent toch een betalende klant die bovendien ook nog eens komt lunchen.” Ha, daar zat ik dan met mijn goede fatsoen, de brave Hendrika uit te hangen. Maar hoe had ik dat wel kunnen reageren? Hoe heurt het eigenlijk? De eigenaresse geeft me een boekje mee met de klinkende titel ‘Is alles naar wens’. Ik ga me daar maar eens in verdiepen en pas als ik het uit heb, mag ik weer een horecagelegenheid in. Want dan weet ik zeker hoe het heurt.

Meer over

Column

adv.