Delft

×

indebuurt categorieën

Meer indebuurt

Service

Winanda runt al 39 jaar de Vogelopvang: ‘het is hier net een aards paradijs’

Door Ilse Zoutewelle 30 juni 2017

Als je binnenkomt bij de vogel- en wildopvang in de Delftse Hout, staat er overal wel een kooitje met een gewonde of zieke vogel erin. Alleen de personeelsruimte niet, die is – op een slapende kat na  – diervrij. “Vroeger stond dit allemaal in mijn huis”, vertelt oprichtster Winanda de la Rambelje (68).

Hokkenflat in het kantoor

Winanda vertelt hoe het zover kwam dat haar hele huis vol stond met zieke vogels en ander wild: “In 1978 werkte ik als dierenartsassistente in Delft. Ik hoorde dat de Vogelwacht een asiel begonnen was voor de zieke en gewonde vogels die ze vonden. Maar ik hoorde óók dat 80 procent van alle dieren dat daar binnenkwam het niet overleefde. Zij vonden het iets dat je moest accepteren, ik vond dat dat écht niet kon.”

Zieke vogels in huis

Dus besloot Winanda het vogelasiel voor haar rekening te nemen. Gewoon in haar eigen huis, want een andere locatie was er niet. “Ik heb het dodenpercentage meteen terug kunnen brengen naar 50 procent. Dat kwam vooral doordat ik ervaring had als dierenartsassistente: wat je voor een hond kunt doen, kan ook voor een vogel.”

Jong eendje in de pet

Onder het bewind van Winanda groeide de vogelopvang keihard: “ik heb weinig reclame hoeven maken, hoor. De dierenambulance wist me al snel te vinden, mensen brachten vogels die ze op straat vonden en regelmatig kwamen agenten met een jong eendje in hun pet bij me langs.” Omdat de opvang zo hard groeide, besloten Winanda en haar man te verhuizen. “In ons nieuwe huis hadden we een winkelpand beneden. Daar was de opvang en boven woonden we.”

“Op den duur was mijn man dat wel zat: hij houdt niet zo van vogels”

Tien jaar wachten op een pand

Zo’n vogelopvang aan huis zorgt natuurlijk áltijd voor onrust. “Laat op de avond werd er vaak nog aangebeld door mensen of de dierenambulance. Op den duur was mijn man dat wel zat: hij houdt niet zo van vogels.” En dus ging Winanda op zoek naar een pand. “Dat had nogal wat voeten in de aarde. Het heeft tien jaar geduurd voor we ons huidige pand konden betrekken. Maar in 1995 hadden we eindelijk een eigen plek.”

Geen ruzie

Intussen groeien ze ook in dit pand alweer uit hun jasje. Zo staat het ‘kantoor’ vol met een hokken voor onder andere een zieke reiger, een gewond muisje en een klein haasje. In de hokken voor grote dieren ligt een zwaan gezellig naast een duif. “Het is hier net een aards paradijs: dieren die normaal ruzie krijgen als ze zo dicht op elkaar zitten, liggen nu vredig naast elkaar. Dat krijg je als ze uit hun eigen omgeving zijn én ziek.”

De hele dag verzorging

Gelukkig hoeft Winanda de dieren niet allemaal alleen te verzorgen: “Ik heb twee vaste krachten die inmiddels ook de nachtdiensten op zich nemen en daarnaast zijn er 22 vrijwilligers.” Want een vogelopvang runnen is niet niks: “de dieren komen hier vaak hongerig en dorstig binnen, dus ze hebben de hele dag door verzorging nodig.”

Avontuur

Wat Winanda het leukste vindt aan het opvangen van vogels en wild? “Iedere dag is weer een avontuur. Je weet echt nooit wat je krijgt. Soms komen mensen aan met een onwijs grote doos en zit er een piepklein vogeltje in, maar het kan ook zijn dat er in een klein doosje een groot beest zit opgevouwen.” Maar Winanda wordt ook erg blij van de dieren die weer beter zijn: “Laatst hadden we hier een eekhoorn die gewond was aan zijn rug. Toen we hem weer uitzetten in zijn territorium sprong hij meteen de steilste boom in die hij kon vinden. Dan hou je je hart wel even vast, maar het is toch waar je het voor doet.”

Inmiddels is Winanda 68. Denkt ze er niet aan om eens met pensioen te gaan? “ik ben wel aan het afbouwen: zo draai ik geen nachtdiensten meer. Maar voor ik er echt mee stop… Dat duurt nog wel even.”


Meer over Vogel- en wildopvang Delft ontdekken?

Vogel- en wildopvang Delft dierenopvang

Gesloten08:00 - 20:00

Linnaeuspad 5, Delft

Bekijk meer:dierenopvang

adv.