fbpx

Vasco van der Valk (18) zat op zijn vierde al op een motor

Door Roeliene Bos 12 februari 2018

Vier jaar oud en dan al over zandvlaktes crossen op een kleine motor. Voor Vasco van der Valk (18) is het de normaalste zaak van de wereld. “Als je van je ouders de keuze krijgt tussen voetballen of motorrijden, dan is dat niet zo moeilijk.” 

Vader Iwan van der Valk kennen sommigen wellicht van zijn werk als presentator op Eurosport. Toen hij op zijn 28e begon met racen en meedeed aan de Nederlandse Kampioenschappen, ging kleine Vasco steevast mee. “Ik vond motorrijden gelijk leuk en nu rijd ik al bijna mijn hele leven. Ieder jaar bespreken we of ik wil blijven racen of dat ik liever ga voetballen. Ik kies steeds voor racen, logisch toch?” Een motor besturen kan de tiener dan ook wel, iets dat niet iedereen verwacht als hij het circuit op komt lopen. “Een paar jaar geleden reed ik nog niet alleen tussen andere wedstrijdrijders op het circuit, dus toen ik aankwam lopen begonnen ze me uit te leggen hoe ik moest racen. Na een rondje kwam ik ze vol voorbij rijden en dat vonden ze niet zo leuk natuurlijk”, zegt hij met een grote grijns.

Crash

In de negen jaar dat Vasco op circuits racet, is hij wel eens gecrasht. Iets waar hij heel nuchter over kan praten. “Ik vind het niet zo eng, maar de mensen om me heen wel natuurlijk. Als ik van mijn motor val, krijgt mijn vader een melding op zijn telefoon. Als ik weer opsta, geven ze dat ook weer door. Als daar een langere tijd tussenzit, zijn mijn ouders wel bezorgd ja.” Vasco’s moeder heeft een handige oplossing gevonden om haar spanning tijdens een race onder controle te houden: ze staat alleen op de rechte stukken. “De bochten vindt ze te eng om naar te kijken”, zegt hij met een glimlach. “Ze houdt iedere race het pitbord vast zodat ze iets te doen heeft. Dan leidt ze haar aandacht af van de spanning.”

Rijbewijs

Saillant detail, Vasco heeft geen rijbewijs. Noch voor de auto, noch voor de motor. “Ik zeg al maanden dat ik mijn autorijbewijs ga halen, maar het is er nog niet van gekomen. En een motorrijbewijs wil ik niet.” Hij schiet in de lach vanwege een verbaasde blik die zijn kant op komt. “Dat is veel te gevaarlijk. Op een circuit heb je geen snelheidsgrens en op de snelweg wel, dat ga ik veel te saai vinden. Wat voor mij rustig touren is, is ver boven de snelheidslimieten.” En op zulke snelheden is het Nederlandse verkeer nu eenmaal niet gebouwd, beseft Vasco. “Er zijn genoeg jongens na een paar maanden onderuit gegaan, dat wil ik gewoon niet.”

Alles klopt

Goed. Circuits dus. En daar met 250 kilometer per uur overheen scheuren, is het mooiste dat Vasco kan bedenken. “Dan is het allemaal even goed. Dat gevoel krijg ik nergens anders vandaan. Het mooie van racen is dat je het zelf onder controle hebt. Het geeft een enorme adrenalinekick en tegelijkertijd bepaal je zelf wat er gebeurt. Als je gaat bungeejumpen, moet je hopen dat het touw het houdt.” Dat er met motorracen ook een hoop fout kan gaan, is Vasco zich uiteraard van bewust. “Maar als ik iets zocht zonder spanning, dan was ik wel gaan hardlopen.”

Foutje gezien?

Lees mee en reageer!

Reactie